Jeetje, de titel is eigenlijk best wel lastig. Het zuurdesemSoort deeg waar het brood in de tijd van de bijbel van gemaakt werd. van de Farizeeën en de Sadduceeën. Daar zitten al 3 lastige woorden in, zoals je ziet zijn ze onderstreept, dat betekent dat als je met de muis over de woorden heen gaat dat je de betekenis zult zien. Snel opgelost voor moeilijke woorden.
In Matteüs 16 (Mat. 16:1-18Mat. 16:1-18
Dutch: De Nieuwe Bijbelvertaling (2004/2007) - NBV
De zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën
16
1 De farizeeën en de sadduceeën kwamen hem op de proef stellen met de vraag hun een teken uit de hemel te tonen.
2 Hij gaf hun daarop dit antwoord: ‘Wanneer de avond valt, zegt u: “Morgen mooi weer, want de hemel kleurt rood.”
3 En ’s ochtends: “Storm op til, want het rood aan de hemel is dreigend.” De aanblik van de hemel weet u wel te duiden, en de tekenen van de tijd niet?
4 Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona.’ Zo liet hij hen staan en vertrok.
5 De leerlingen voeren naar de overkant, maar waren vergeten brood mee te nemen.
6 Dus toen Jezus tegen hen zei: ‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën,’
7 begonnen ze er met elkaar over te praten dat ze geen brood hadden meegenomen.
8 Jezus merkte het en zei: ‘Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt?
9 Begrijpen jullie het dan nog niet, en herinneren jullie je ook de vijf broden voor de vijfduizend niet, en hoeveel manden jullie weer ophaalden?
10 En ook niet de zeven broden voor de vierduizend en hoeveel manden jullie toen weer ophaalden?
11 Hoe is het mogelijk dat jullie niet begrijpen dat ik het niet over brood had? Wees op je hoede voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën!’
12 Toen begrepen ze dat hij niet bedoelde dat ze op hun hoede moesten zijn voor de zuurdesem in het brood, maar voor het onderricht van de farizeeën en de sadduceeën.
Wie is Jezus?
13 Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’
14 Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’
15 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’
16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.
18 En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, Noot [] jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen – In het Grieks is er een woordspel tussen het woord petra, ‘steen’ of ‘rotsblok’, en de naam Petrus. en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.
) werd Jezus op de proef gesteld door de Farizeeën en de Sadduceeën. Ze wilden een teken uit de hemel ontvangen. Jezus kon hen melden dat dat hetgeen ze ‘s avonds zeiden, en wat ze in de ochtend zeiden niet gelijk was aan elkaar. Als de lucht in de avond rood was dan zou de volgende dag mooi zijn. Als in de ochtend de lucht rood was dan zeiden ze dat er slecht weer op komst was. Dit werd ze nogal kwalijk genomen. Hij sprak van een verdorven generatie. Ze verlangen naar een teken, maar zullen geen ander teken krijgen dan dat van Jona. Hierna vertrok hij.
Jezus ging met de discipelenDe 12 mannen die Jezus verzamelde om met hem op reis te gaan, ze te leren van zijn woord en om zieken te genezenOp een onverklaarbare manier iemand beter maken, vaak de manier waarop Jezus dit deed.. Het zijn vrienden van Jezus die de rest van zijn leven bij hem blijven. in de boot naar de andere kant van het water, of het nou een meer of een rivier was staat er niet bij. De discipelenDe 12 mannen die Jezus verzamelde om met hem op reis te gaan, ze te leren van zijn woord en om zieken te genezenOp een onverklaarbare manier iemand beter maken, vaak de manier waarop Jezus dit deed.. Het zijn vrienden van Jezus die de rest van zijn leven bij hem blijven. begonnen ineens over brood wat ze vergeten waren mee te nemen. Jezus kon hen zeggen dat ze op hun hoede moesten zijn voor het zuurdesemSoort deeg waar het brood in de tijd van de bijbel van gemaakt werd. van de Farizeeën en de Sadduceeën. Hierdoor begonnen de discipelenDe 12 mannen die Jezus verzamelde om met hem op reis te gaan, ze te leren van zijn woord en om zieken te genezenOp een onverklaarbare manier iemand beter maken, vaak de manier waarop Jezus dit deed.. Het zijn vrienden van Jezus die de rest van zijn leven bij hem blijven. weer te praten over het brood wat ze niet mee hadden genomen. Jezus begon zich toch een klein beetje te ergeren en zei nog eens duidelijk: “Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt? ” Hierna refereert Hij aan de vorige twee gebeurtenissen. verder gaan met lezen…