1.3.5 De aarde woest en leeg


Je bent hier: Home » De oorsprong » 1.3 Begrensd door het onbegrensde » 1.3.5 De aarde woest en leeg

 

Die aarde bleek te zijn (TÒHOE) verwoest, waardeloos, zonder vorm, zoals een plaats waar afval wordt gedumpt en (WaVÒHOE) een onherkenbare ruïne, een leegte. Kortweg: de aarde woest en leeg.

De aarde woest en leeg
De aarde woest en leeg

In Jesaja 45:18-19 zegt God: Ik grondvestte de aarde, niet vormloos (TÒHOE) en woest schiep Ik haar, maar om te bewonen formeerde Ik haar. –Ik ben de HERE en niemand anders-.

Niet in het geheim sprak Ik, in een plaats van duisternis (TeHOM) op de aarde. Ik zei tegen het nageslacht van Jakob niet: zoek Mij in vormloosheid (TÒHOE) en woestheid.

Alleen de aarde woest en leeg

En toch staat hier in Genesis duidelijk dat van de hele schepping, hemelen en aarde, de aarde woest, leeg en duister was.

De hemelen niet, maar de aarde. Het hele universum is kosmos, in balans, vol, maar op de aarde, die minder-dan-een-punt-van-een-speld in het geheel, is chaos en leegte.

En dan zegt God in Jesaja ook nog, maar zo heb Ik haar niet gegrondvest, zo heb ik haar niet geschapen. Ik heb haar bewoonbaar geformeerd. Er was geen duisternis toen Ik sprak.

Blijkbaar was de aarde oorspronkelijk niet woest en leeg, maar bewoonbaar en niet duister.

De enig andere keer dat de termen woest en leeg in combinatie worden gebruikt in Jeremia 4:23 is om een zeer negatieve situatie van totale zondigheid te beschrijven.

De schrijver Mozes gebruikt het woord ‘woest’ in Deuteronomium 32:10 nog een keer om de wildernis waar het volk Israël doortrekt aan te duiden.

Catastrofe

Er heeft na de schepping van de aarde blijkbaar een catastrofe op de aarde plaatsgevonden.

In Job 38:4-10 zegt God dat de morgensterren samen juichten en de zonen van God jubelden toen Hij de aarde grondvestte.

In Jesaja 14:12 zegt God: Hoe bent u uit de hemel gevallen, jij morgenster (Lucifer), zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde.

In Ezechiël 28:11-17 zegt God: U was een cherub die vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor had Ik u aangesteld. U was in Eden, de hof van God(11). Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig. Daarom wierp Ik u ter aarde.

Job.26:10-13 Hij heeft een begrenzing afgetekend over het wateroppervlak, tot aan de grens tussen licht en duisternis. De pilaren van de hemel sidderen en zijn verbijsterd wegens zijn bestraffing. Door zijn kracht heeft Hij de zee opgezweept, en door zijn inzicht heeft Hij Rahab (hoogmoedige) neergeslagen. Door zijn Geest kreeg de hemel schoonheid; zijn hand heeft de snelle slang doorboord.

Engelen, cherubs, worden hier morgensterren en zonen van God genoemd die tijdens de schepping aanwezig waren en God aanbaden.

Er is hier blijkbaar sprake van een hoogmoedig God naar de kroon steken door Lucifer, Rahab, die daarom op de aarde is geworpen. De bewoonbare aarde werd daardoor onbewoonbaar, een rijk van duisternis en dood.

De aanbidder in geest en waarheid is geworden een vervloeker in vlees en leugen.


Intermezzo
Spijt?

Heeft satan geen spijt? Hoe mooi was het niet. Uit alle Bijbelse gegevens blijkt dat door zijn hoogmoed er geen greintje goedheid meer in hem is. Hij heeft maar één verlangen: door leugen verleiden en verderven.

Onveranderlijk
Hier zit wel een lastigheid.

Hieruit blijkt namelijk dat satan ook geen enkele keuze meer heeft. Dat wil zeggen buiten de tijd staat in een eeuwig-zijn, er is geen verandering mogelijk. Toch is hij geschapen en heeft een begin. Wat we hooguit kunnen zeggen is dat engelen en gevallen engelen dus blijkbaar zitten in een tussengebied van eeuwigheid en tijd. Dat lijkt ook zo te zijn door het feit dat engelen en gevallen engelen zowel in de hemel als op aarde functioneren resp. functioneerden.

De oorsprong van het kwaad

Een tweede lastigheid is dat als God goed is en wat Hij schept goed is, waar kwam dan de hoogmoed bij satan vandaan? Wat we kunnen zeggen is dat hij, Lucifer, als verantwoordelijke voor de aanbidding van God zeer dicht voor God stond. Hij hoefde bij wijze van spreken alleen maar zijn voet op te tillen en te zetten op de troon van God. En blijkbaar is daardoor toch de gedachte bij hem opgekomen gelijk te willen zijn aan God.

Er zijn ook redenaties die zeggen dat God letterlijk boven alles staat en dus ook boven het kwaad. Dat derhalve ook het kwaad zijn uiteindelijke oorsprong heeft bij God. Zoals God zelf zegt in Genesis 3:22: Hij kent het kwaad.

Uit die gedachte komen wel erg veel voor ons niet te beantwoorden of te bevatten vragen.

 

Naar de volgende pagina waar we gaan kijken naar de afgrond waarover de duisternis lag.

 


 

Noten:

(11) In Gen.2:8 zien we dat God opnieuw de hof van eden plant, zijn hof. Lucifer was blijkbaar gesteld over de hof van eden, de aarde, en is daar, na zijn hoogmoed, gevangen gezet. God herstelt dan deze hof en plaatst nu de mens daar. De mens krijgt de plaats van Lucifer op aarde. En niet alleen zijn plaats maar ook zijn taak. Dat blijkt uit het feit dat God de mens als aanbidder zoekt, Joh.4:23. Ook Lucifer had de aanbidding als taak, Ez.28:13. In volmaaktheid stond hij pal voor de troon van God. Straks zullen ook wij pal voor de troon van God staan en in aanbidding neerknielen.

Hoe diep kun je vallen, of in opstand, of in aanbidding.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment moderation is enabled. Your comment may take some time to appear.

Een wandeling door mijn gedachten over Bijbelse thema's