3.4.3 Jezus Zijn engel

De engel van Jezus spreekt en handelt als Jezus. Het is Jezus Zijn engel.

Uitgangspunt is dus dat heel Openbaring Jezus laat zien. In 1:1, 22:6 en 22:16 staat dat Jezus zegt dat Hij Zijn engel had gezonden om in de gemeente van deze dingen te getuigen.  Dus waar regelmatig van een engel wordt gesproken is toch Jezus aan het woord of treedt Hij handelend op.

Het gaat over Jezus zelf in deze “Zijn engel”. Het gaat over Jezus en Jezus spreekt of zelf of door deze engel. Dat loopt zelfs door elkaar; vanaf 21:9 is duidelijk dat de engel spreekt en toch zegt deze engel in 22:7 Zie, Ik kom spoedig. En dan 22:9 aanbid niet mij maar God. Vervolgens 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij . . . .

Deze engel is de vereenzelviging met Jezus. Het is overduidelijk dat waar over het Lam wordt gesproken dat Jezus dat is. Maar ook waar deze engel spreekt, spreekt Jezus.

De volgende teksten waar een engel spreek of handelt, spreekt of handelt, naar mijn inzicht, feitelijk Jezus:

Ook wanneer dit onder de opening van zegels door het Lam gebeurt (een gebeurtenis aan het eind van de geschiedenis), omdat het Lam gerechtigd is de zegels te verbreken, maar daardoor vervolgens ook Zijn rol in de geschiedenis zichtbaar wordt.

  • 7:2-3 een opdracht aan engelen m.b.t. de bescherming van de 144.000 uit Israel, (vgl. 14:1),
  • 8:3-5 het brengen van het reukwerk met de gebeden van de heiligen voor de troon van God, (vgl. 5:8),
  • 8:13 de waarschuwing voor de drie weeën, bazuinen, (arend staat voor het Goddelijke)
  • 14:6-7 verkondiging van het eeuwig evangelie, (Jezus is het Woord van God, het vliegen lijkt te wijzen op de arend uit 8:13 en 4:7. Ook de vrouw uit 12:1 krijgt twee vleugels van de arend, beeld van Goddelijke bescherming),
  • 9:1-5 sleutel van de afgrond en een opdracht aan engelen m.b.t. de bescherming van de aarde en de verzegelden,
  • 10:1-11 aankondiging dat er geen tijd meer is en de opdracht aan Johannes het boekje op te eten en opnieuw te profeteren,
  • 11:1-10 het macht geven aan Zijn twee getuigen,
  • 14:14-20 de oogst van de gelovigen en het werpen van de ongelovigen in de wijnpersbak van de toorn van God, (Zowel de Zoon van de mensen als de engelen vertegenwoordigen hier het handelen en spreken van Jezus, want alleen aan Hem is door de Vader het oordeel gegeven),
  • 19:1, 5, 6-10 lofuiting over het oordeel van God, oproep God daarvoor te loven, oproep tot vreugdebedrijven daarom, zaligspreking van de bruiloftsgasten, (het gaat ook Jezus om de aanbidding van God, de Almachtige),
  • 19:11 het Woord van God,
  • 19:17 oproep zich te verzamelen voor de grote maaltijd, (oordeel),
  • 20:1 het hebben van de sleutel van de afgrond en bindt satan 1000 jaren.

In deze ‘Zijn engel’ zien we Jezus duidelijk in al deze teksten als Heer van de gemeente zijn heiligen beschermen en als Rechter van de wereld met autoriteit en macht het kwade binden en oordelen.

 

Opmerkelijk:

Zowel op het moment dat deze engel Johannes opdracht geeft op te schrijven dat de genodigden tot de bruiloftsmaal zalig zijn (19:10), als aan het einde van de gehele openbaring (22:8-9), werpt Johannes zich neer om te aanbidden. Beide keren zegt deze engel dat niet te doen omdat hij een mededienstknecht is en geeft hij aan alleen God te aanbidden.

In beide gedeelten is het zonneklaar dat deze de engel is waarvan Jezus zegt “Mijn engel” (1:1 en 22:16 ). De engel waarmee Jezus zich vereenzelvigt als ware Hij het zelf. In ieder geval waardoor heen Jezus zelf spreekt. Dit omdat we al eerder zagen dat deze engel soms uitspraken doet die alleen Jezus kan doen (bijvoorbeeld: Zie, Ik kom spoedig). Het is dus Jezus zelf die door deze engel heen zegt: Ik ben een mededienstknecht, aanbid God!

Dat vinden we misschien lastig, want wij aanbidden ook Jezus. Het is echter zo dat in heel de bediening van Jezus op aarde bleek dat het Hem ging om de aanbidding van God, Zijn Vader. En ook nu openbaart Jezus zich, hoewel in verheerlijkte staat, als Zoon des Mensen. Een Lam, een Talja, als Dienstknecht, die het gaat om de eer van God. Ook Hij zal dan al zijn Hem gekregen heerlijkheid overdragen aan de Vader.

Ja, wij aanbidden Jezus. Aan Hem hebben wij alles te danken. Maar op dit ene moment waarop de totale geschiedenis tot haar voleinding komt dan verschijnen wij samen met het Lam voor God en dan zal God alles zijn en in allen. Die bruiloft van het Lam, waarop wij genodigden zijn, zal één grote aanbidding van God zijn.

Naar de volgende pagina

Een wandeling door mijn gedachten over Bijbelse thema's