6.39 En nu wij

Tja . . . en nu wij?

Aanvaard de plaats die God je geeft.

Wij kunnen de raadsbesluiten van God niet doorgronden. Wij weten niet waarom God de dingen soms anders doet dan wij verwachten of gewend zijn. Soms lijkt het gewoon niet eerlijk wat er in ons leven gebeurt. Sommige mensen gaan moeiteloos door het leven, ze bereiken ongekende hoogten. Zij zijn bij iedereen gevierd. Als ze wat zeggen, luistert iedereen.

God hield van Kain, van Ezau, van Manasse, van Jonathan. Maar Hij koos hen niet uit voor een bepaalde rol. Hij verwierp hen niet als mens, maar gaf hen een andere rol. God gaf de rol die normaal gesproken voor hen was, aan een ander. Aan Abel, aan Jakob, Efraïm en David.

Kaïn en Ezau accepteerden hun plaats niet. Pas toen dat duidelijk werd, keerde God zich tegen hen. God haatte Ezau niet al in de moederschoot, maar toen hij hoogmoedig bleek, Maleachi 1:2-4. Dat stond dus los van de keuze van God om Jakob het eerstgeboorte recht te geven, Romeinen 9:11-12.

Efraïm, krijgt in plaats van Manasse  de eerstgeboortezegen van Jakob. Maar Efraïm maakt de rol die God hem geeft, niet waar. Hij krijgt inderdaad de leidende rol over het tienstammenrijk. Maar verzaakt deze verantwoordelijkheid door ontrouw aan God en sleept zo negen andere stammen mee.

In het nieuwe Jeruzalem wordt dan ook niet Efraïm, maar wordt Manasse genoemd als een van de poorten.

Jonathan. Jonathan die zichzelf volledig wegcijferde voor David en tegelijk zijn vader trouw bleef. Wat een dienstbaarheid, wat een liefde, wat een bescheiden en nederige houding. Wat een geloof in en aanvaarding van de weg van God.

Ja! . . . En nu wij.

Jonathan aanvaardde de plaats die God hem gaf. Hij is daarmee nog steeds een groot voorbeeld voor ons. Wat het betekent als God jou niet de voor de hand liggende plaats geeft. Een der edelste figuren in het Oude Testament. Hij was een zeer dapper held en tegelijk zeer onbaatzuchtig, een trouwe vriend voor hem die op zijn plaats kwam.

Zo kan het ook.  Laat het zo ook zijn.

Kaïn wilde alleen zichzelf als koning, had de liefde niet en het moest op zijn manier.
Judas wilde Jezus wel als Koning, maar had de liefde niet en het moest op zijn manier.

Petrus wilde Jezus als Koning, had de liefde wel, maar wilde het ook op zijn manier.

Hoe vaak zijn wij niet een Petrus  . . .  naar God?
Maar hoe vaak zijn wij geen Judas . . .  naar elkaar?
En dan zegt God: als je zegt Mij lief te hebben, maar je broeder niet lief hebt, dan heb je Mij niet lief, 1 Johannes 1. M.a.w. dan ben je een Kaïn.

 

 

 

 

Einde artikelen over: “Bemoei je niet met het “hoe” van God.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment moderation is enabled. Your comment may take some time to appear.

Een wandeling door mijn gedachten over Bijbelse thema's