Tagarchief: De doop

5.0.1 Het doel en de missie van de gemeente

Doel en missie van de gemeente
Doel en missie van de gemeente

 

 

1) Het doel van de gemeente is:

  1. (extern in de zichtbare wereld) . . . dat wij zo ons licht voor de mensen laten schijnen opdat zij onze goede werken zien en daardoor onze hemelse Vader gaan verheerlijken (Mattheüs 5:13-16);
  2. (extern in de onzichtbare wereld) . . . de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen opdat aan de geestelijke heersers en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend gemaakt wordt (Efeze 3:10);
  3. (intern in de zichtbare wereld) . . . elkaar toe te rusten tot het elkaar dienen, tot opbouw van het Lichaam, opdat de leden één zullen zijn in het geloof en het kennen van Jezus (Efeze 4:11-16);
  4. (intern in de onzichtbare wereld) . . . dat ieder lid heengroeit naar de volwassenheid en volmaaktheid in Christus (Kolossenzen1:28; Ef.4:13).

In de praktijk zien we dat we onze handen hieraan vol hebben. De ene gemeente vindt het lastig om concreet naar buiten te gaan. Een ander gemeente lukt het maar niet om ongeveinsd liefdevol met elkaar om te gaan.

Maar laten we er op letten dat alle aspecten van deze doelen maar om een ding gaan: de verheerlijking van de volmaakt heilige God.


 

2) De missie van de gemeente

Een missie bestaat uit twee delen: een opdracht en een boodschap.

  1. De belangrijkste opdracht van Jezus aan de gemeente, Zijn Lichaam, is elkaar lief te hebben, omdat de mensen daaraan kunnen zien dat wij discipelen van Hem zijn (Joh.13:34-35; 15:12-17). En niet zoals je jezelf lief hebt, maar zoals Jezus ons liefheeft. Er is geen grotere liefde!
  2. De tweede opdracht is andere mensen van die liefde van God te vertellen en hen alles te leren wat zij van Jezus heeft geleerd. En wanneer iemand kiest voor Jezus hem of haar te dopen als teken van het discipelschap van Jezus (Mattheüs 28:19).

Waarom in die volgorde? Omdat wanneer er in de gemeente onderlinge liefde is daar al een geweldige boodschap vanuit gaat. Het eerste, die onderlinge liefde, is voorwaardelijk voor het tweede, mensen vertellen van de liefde van God.

Deze liefde van God voor de wereld is tevens haar boodschap voor de wereld: Jezus is niet naar de wereld gekomen om haar te veroordelen, maar om haar te redden (Johannes 12:47); God heeft mensen namelijk zo lief dat Hij zijn Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig met Hem leeft (Johannes 3: 16-17);

 


De blijde boodschap

Het kruis is door de eeuwen heen uitgegroeid tot een belangrijk uiterlijk symbool van het christendom. En niet zonder reden. Het kruis symboliseert wat het Jezus gekost heeft om ons te redden. Daarom zegt Paulus in Galaten6:14: “Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Here Jezus Christus.”

Hoewel niet als algemeen symbool uitgegroeid, is het geopende graf toch het meest wezenlijke van het geloof. Paulus zegt daarvan: “Als Christus niet was opgestaan, dan is ons geloof volkomen zinloos . . . . . Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.” 

Zo zal de blijde boodschap van de gemeente zijn: Door Christus is, in een weg van lijden en sterven EN opstaan, het Koninkrijk van Zijn Vader herstelt!

Een ieder die dat gelooft en Jezus daarmee aanvaardt als de Christus (de Messias), zijn persoonlijke Redder, heeft eeuwig leven en mag deel uit maken van dat Koninkrijk.


Geen visie?

Jazeker! Maar die is per gemeente anders, omdat deze alleen valt af te leiden uit de gaven van de Geest die Christus aan elk gemeentelid geeft. Die gaven, die dromen die in ieders hart liggen, die bepalen wat de visie van Christus met die specifieke gemeente is.

Het geheel is meer dan de som der delen. En zeker meer dan de visie van een enkele persoon of aantal personen voor de gehele gemeente. Waarom zou God al die gaven aan al die gemeenteleden geven? Misschien om Zijn veelkleurige wijsheid te laten zien? Contrair aan het rijk der duisternis waar enkelingen heersen en domineren, slaven maken.


Naar de volgende pagina waar we naar de fundamenten van de gemeente gaan kijken.

De verbonden en de doop

In het kader van de verdediging van de kinderdoop wordt wel gezegd, dat God onveranderlijk is. Dat zijn verbond met Abraham ook voor de gelovigen uit de heidenen geldt met verwijzing naar psalm 105:8 en Gen.17:7. Dit, omdat Petrus dat ook zou zeggen in Hand. 2:39. Op basis hiervan wordt dan gezegd dat de doop dus in plaats van de besnijdenis is gekomen. Dus aan kinderen uit gelovige ouders bediend moet worden. Nu hebben de verbonden en de doop onlosmakelijk met elkaar te maken, maar gooi de verbonden niet door elkaar.

De doop
De doop
De verbonden en de doop
Kinderdoop

De stelling dat de doop in plaats van de besnijdenis is gekomen, gaat volkomen mank, omdat:

  1. De belofte die God Abraham doet, zijn nageslacht geldt, Israël. Dat wij door het geloof ook tot nageslacht van Abraham worden gerekend, Gal.3:7, zegt op zichzelf al dat dit dus niet door geboorte zo is, maar door het geloof. Dat kan dus niet een baby betreffen. Zie ook Joh1:12-13. Deze tekst zegt het helemaal klip en klaar, (speciaal voor kinderdopers geschreven): niet door de wil van een man, niet uit bloed, maar die uit God geboren zijn, hebben macht kinderen van God te zijn.
  2. God allerlei verbonden heeft afgesloten die nooit het zelfde doel of teken hadden. Dat zegt niets over de onveranderlijkheid van God. De verbonden dienen hun eigen doel.
  3. Dat wat Petrus zegt zonneklaar gaat over de belofte van de Heilige Geest en niet over de beloften die aan Abraham zijn gedaan. Niet de besnijdenis of de doop die daarvoor in de plaats zou zijn gekomen, maar de Heilige Geest is teken van het nieuwe verbond.

Stel dat het verbond met Abraham doorloopt en is overgegaan in het NT. Dan gelden de beloften dus ook nog: een beloofd land, koningen en de Messias voortbrengen. Tja . . .   In de brief aan de Hebreeën zegt God dat dit verbond verouderd is. Volkomen begrijpelijk en terecht, want de Messias is reeds gekomen. En het beloofde land is echt alleen voor Israël. Dit verbond is reeds tot zijn doel gekomen.

Hierbij een schema m.b.t.: Gods verbonden. In het schema zie je dat het nieuwe verbond in Christus, nooit een voortzetting van het oude verbond met Israël kan zijn. Belofte, eis en doel zijn volkomen verschillend. En ook het teken is totaal anders!

 

Dat God bij de kinderdoop het initiatief neemt en zegt: Jij bent mijn kind, klinkt wel mooi, maar:

  1. Dan moet je dus Joh.1:12-13 schrappen.
  2. Dat zegt Hij dan dus niet tegen alle kinderen die niet uit gelovige ouders zijn geboren. Terwijl het heil nu uitgaat naar alle volk en taal en natie.
  3. De eis van bekering, geloof en wedergeboorte blijft, ook voor hen die als baby zijn gedoopt. Eigenlijk is het belijdenis doen(1) veel meer gehoorzaam aan de instelling van God in de nieuwe bedeling, maar doe dat dan op de manier zoals God dat vraagt. Namelijk door onderdompeling te laten zien dat je met Christus sterft voor de zonde en door het geloof opstaat in een door Hem gegeven nieuw leven, Kol 2:12.
  4. Het initiatief ligt zeker bij God, maar niet bij de geboorte van een kind, maar door het geven van zijn Zoon, opdat een ieder die gelooft niet verloren gaat.

De discussie m.b.t. de vraag of kinderen of volwassenen gedoopt moeten worden, dient gevoerd te worden op basis van de betekenis van de doop. Niet of er wel of niet kinderen aanwezig waren, waar in het NT over de doop gesproken wordt. Hoewel ook die teksten duidelijk zeggen dat zij zich verheugden dat zij tot geloof gekomen waren. Dat gaat dus niet over baby’s. En waarom moeten er perse als er staat “zijn gehele huis” baby’s aanwezig zijn geweest? En al waren die er, dan nog zegt de uitdrukking ‘zijn gehele huis’ niet dat baby’s gedoopt werden. Maar los daarvan, ik zei al, dit is een vruchteloze discussie. Het moet gaan over de betekenis.

Betekenis van de doop

De betekenis van de doop in het NT is totaal anders dan de betekenis van de besnijdenis in het OT.

Het teken van de besnijdenis betekent dat je tot het volk behoort waar God een verbond mee heeft gesloten. Elk kind dat geboren wordt uit Israëlische ouders is Israëliër en behoort dus door geboorte tot dat volk. Dat is dan nu ook de betekenis van de doop als je gelooft dat deze daarvoor in de plaats is gekomen. Dat staat nergens in de Bijbel, maar je projecteert de betekenis van de besnijdenis op de doop, omdat je gelooft dat deze de besnijdenis heeft vervangen.

De betekenis van de doop in het NT is dat iemand die tot bekering is gekomen, zegt: Ja, ik antwoord op Gods uitgestoken hand dat Hij zijn Zoon heeft gegeven. Ik wil discipel zijn van Jezus. Hem volgen tot in het graf – dood zijn voor de zonde –  en met Hem opstaan in een nieuw leven, Rom.6. En hoe bizar, ook de bewijstekst voor de kinderdoop, Kol.2:12  is juist een bewijstekst voor de doop op basis van persoonlijk geloof! Want hoe staan wij op uit de doop in een nieuw leven?  Door het geloof, zo staat daar!

 

Tenslotte, zij die vasthouden aan de kinderdoop op basis van eeuwen kerkgeschiedenis moeten zich realiseren en verantwoorden over het feit dat de kinderdoop een van de vele zaken is die is ingevoerd op basis van de vreselijke vervangingstheologie. Die door de eeuwen heen gruwelijke gevolgen heeft gehad.

Als er vele en dikke boeken geschreven moeten worden  om iets uit te leggen, dan word ik heel wantrouwig. Maar het hoeft ook niet. De Bijbel is erg duidelijk, ook over de doop.


Toegift

De bottleneck tussen kinderdopers en dopers op grond van persoonlijk geloof zit hem dus in hoe je naar het verbond kijkt.

Maar daaruit voortvloeiend  ook de vraag: is er bij de de doop sprake van wedergeboorte of moet je daar dan een wedergeboorte veronderstellen.

De kwestie K.Schilder vs A.Kuyper/Noordmans. In mijn overtuiging hadden ze beiden gelijk.

Schilder: de belofte van God zijn ja en amen ook bij de doop. En Kuyper: een baby kan nog niet wedergeboren zijn. Later zal blijken of iemand echt wedergeboren is. Tot die tijd veronderstellen we een wedergeboorte.

De oplossing zit hem heel eenvoudig in de leeftijd. Schuif de doop op naar de leeftijd waarop iemand bewust nadenkt en een persoonlijke keuze maakt. Dan zijn beide standpunten volkomen verenigbaar.

Ook hier zie je weer de verwoestende werking van de vervangingstheologie. De kerk i.p.v. van Israël en dus de doop i.p.v. de besnijdenis. Ja, dan moet je baby’s dopen en loop je vast in het feit dat aan de doop onlosmakelijk wedergeboorte vastzit.


Noot:

(1) Het begrip “belijdenis doen” is niet precies ladingdekkend als we het vergelijken met: zich op basis van het persoonlijk geloof laten dopen. De betekenis is dat iemand uitspreekt: Ik wil discipel van Jezus zijn en Hem volgen. Daarom laat ik mij dopen om te laten zien dat Ik geloof in Hem afwassing en vergeving van mijn zonden te hebben en opsta in een nieuw leven.

Het begrip “belijdenis doen” is dan ook niet afgeleid van de doop, maar een verlegenheidsformule gebaseerd op 1 Timotheus 6:12. Alsof met die tekst het doen van belijdenis is ingesteld. Als je niet gelooft dat God heeft ingesteld dat je door je te laten dopen je leven overgeeft aan Jezus, dan moet je wat. Dan moet dat moment dus op een andere manier ingevuld worden.

Mooier zou zijn  geweest om te verwijzen naar de doop door Johannes, Mar.1:5, waar staat dat mensen zich lieten dopen onder belijdenis van hun zonden! Maar ja, dan gaat het dus om dopen . . . . .