Tagarchief: dienen

Oudsten

Oudsten zijn geen leiders, maar . . . .  oudsten !!!

 Hun ambt is het voorbeeld geven door te dienen
en door te dienen het voorbeeld te geven;
niet voor te schrijven door te leiden

en niet te leiden door voor te schrijven.

O ja, ze gaan wel voorop:
in goede werken en geloof.

Dat is dus het goede voorbeeld geven.

 

Zie de conclusie van de artikelen serie over leiderschap in de gemeente.

2.1.1 Het evangelie van Mattheüs


Je bent hier: Home » dienen
Het evangelie van Mattheüs
Het evangelie van Mattheüs

Het evangelie van Mattheüs zit werkelijk prachtig in elkaar. Van Paulus kun je nog zeggen dat het een zeer geleerde man was bij wie je diepere lagen en structuren kunt verwachten. Dat is overigens niet zo. Maar bij Mattheus, de ex-tollenaar een belastingambtenaar, verwacht je niet dat er dergelijke structuren aanwezig zijn. En die zijn  er op een geweldige wijze.

We zagen al eerder dat Mattheüs de nadruk legt op:

  • het feit dat in Jezus alle Messiaanse profetieën zijn vervuld,
  • dat Jezus het komende Koninkrijk en de grote Zoon van David is, de grote Koning.
De profetie vervuld
De profetie vervuld

Maar er is meer. Mattheüs laat zien dat het Koninkrijk van God:

  • in Jezus als de beloofde Messias gekomen is;
  • juist voor kinderen, “armen van geest” is;
  • ook voor buiten Israël is;
  • door lijden heen komt;
  • tot heerlijkheid komt;
  • in vervulling gaat.

Het bijzondere is nu dat je in deze zes lijnen  steeds dezelfde opbouw ziet:

  1. het getuigenis van een wegbereider;
  2. het getuigen is van de Vader;
  3. het getuigenis van de Heilige Geest;
  4. het getuigenis van Jezus zelf door:
    1. prediking van bekering, worden als een kind en overgave,
    2. discipelschap door dienen en volgen,
    3. toepassing van de prediking door uitleg evangelie en genezingen,
    4. uitleg van de grondprincipes: vervulling van de wet en een nieuw verbond,
    5. toepassing van de grondprincipes door genezing en vergeving,
    6. toepassing van het discipelschap door met Zijn macht uit te zenden.

Zie verder Mattheüs schematisch.

 

 

 

3.4.2 Jezus het Lam


Je bent hier: Home » dienen
Jezus het Lam, staande als geslacht

hebbende zeven horens en zeven ogen

die zijn de zeven geesten van God uitgezonden naar heel de aarde

Wanneer Jezus het Lam wordt genoemd, dan wordt Hij getoond als Degene die door zichzelf te offeren (geslacht) als enige de autoriteit (staand) heeft om als Koning de satan, de mensheid en de geschiedenis te oordelen, recht te spreken  en alle eigendomsrechten te doen gelden op Zijn vrijgekochten. Als Lam redt Hij de de zijnen uit en oordeelt Hij de mensheid.

  • 5:1-6:17 Alleen het lam is waardig de geschiedenis te ontvouwen en alles openbaar te maken,
  • 7:9-17 Niet de verzegelden uit Israël (want zij zijn de knechten van God; het oude verbondsvolk, vgl. Rom.11:7), maar de schare uit alle heiden volken, die zich gewassen hebben in Zijn bloed,  worden door het Lam geweid en naar God gebracht ter eeuwige vertroosting, vgl. 12:11,
  • 14:1-5 Hier blijkt dat de verzegelden uit Israël het Lam volgen en door Hem zijn vrijgekocht als eerstelingen, vgl.Rom.11:16.(1)
  • 14:6-13 voor het oog van het Lam zal iedereen die het beest aanbidt de wijn van de toorn van God drinken,
  • 21:22-22:5 iedereen die staat geschreven in het boek van het Lam mag in het nieuwe Jeruzalem komen en Hem dienen.

Zeven horens en ogen. Zeven duidt de volkomenheid en volheid aan. De klemtoon ligt dus niet op het meervoud, alsof God letterlijk zeven geesten heeft. Het meervoud wordt gebruikt om de inhoud en alle aspecten te kunnen beschrijven(2).

De ogen duiden de geesten van God aan, zo staat er. Zeven geesten duiden de volkomen Geest van God in al zijn volheid aan.

Horens duiden koninkrijken aan; zeven horens duiden dus een volkomen Koninkrijk in al haar volheid aan. Een geslacht Lam dat staat in de waardigheid van Koning.

Naar de volgende pagina


Noten:

(1) De Bijbel maakt onderscheid tussen:

  1. Israël als het Oud-testamentische verbondsvolk;
  2. Israël in het Nieuwe Testament
  3. gelovigen uit de heiden volken

ad.1 Het OT volk Israël is gekocht met het bloed van het Lam, 5:9 14:4, vgl. Rom.11:25-32. De Israëlieten konden in het OT zich niet wassen in het bloed van Jezus (Hem in geloof aannemen als vergeving voor hun zonden). Hij was nog niet in het vlees verschenen. Vandaar de hele bloedige offerdienst als zinnebeeld daarvan, maar die niet feitelijk hun definitieve redding was. Steeds moest er weer geofferd worden. Achteraf heeft Christus hen definitief vrijgekocht met Zijn bloed.

Deze gedachte is ook volledig in overstemming  met Jesaja 54 waar  de Here God zegt dat Hij zijn volk zal lossen, vrijkopen, zelfs zonder dat er direct sprake is van bekering.

In dit verband is ook de tekst van Hebr.11:39-40 heel bijzonder waar God zegt dat iedere OT gelovige die bouwde op de beloften van God toch  de vervulling daarvan niet heeft gekregen. Waarom? Omdat God iets beters met ons voor had. Namelijk de definitieve verzoening door Jezus en niet door de offerdienst die ononderbroken volgehouden moest worden om de toorn af te wenden. De toorn bleef. Elke keer opnieuw moest er geofferd worden. Daardoor konden de OT-ische Israëlieten niet zonder ons tot volmaaktheid komen. Pas toen Jezus riep: Het is volbracht, heeft Hij hen meegevoerd naar de hoge en hen alle gaven van heerlijkheid en volmaaktheid gegeven. Zie Ef.4:8 als vervulling van Psalm 68:19, van de Sinai, de tijdelijke niet beklijvende genoegdoening naar het definitieve heiligdom.

ad.2 Wat betreft de Israëlieten in het NT zegt Paulus dat hij zijn ziel en zaligheid er voor over heeft als zij zouden inzien dat het einddoel van de wet Christus is, tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft. Omdat de gerechtigheid uit de wet geen haalbare zaak is en geen heil zal brengen.

Aan de andere kant schrijft de schrijver aan de Hebreeën dat het oude verbond verouderd is en op het punt staat te verdwijnen. Dat betekent dat het nu nog niet helemaal verdwenen is. Die oude verbondsrelatie heeft blijkbaar op dit moment toch nog betekenis. Voor Israëlieten die trouw de geboden van God naleven waarvan God zegt dat Hij hun Losser is.

ad.3  De gelovigen uit de volken, de heiligen, hebben zich gewassen in het bloed van het Lam, 7:14, 22:14. In het NT zal iedereen zijn geloof dienen te vestigen op Jezus, zich hebben te wassen in Zijn bloed. Vandaar dat de doop door onderdompeling op basis van persoonlijk geloof zo wezenlijk en cruciaal is als zinnebeeld daarvan.

(2) Dit geldt ook wanneer gesproken wordt van de zeven gemeenten. Natuurlijk waren letterlijk die gemeenten er en worden zij persoonlijk aangesproken. En toch tegelijk is er een meta niveau dat in deze briefjes de totale gemeente van Christus in haar volkomenheid en volheid aanspreekt. ( let er bijvoorbeeld op dat elk briefje begint met het enkelvoud “aan de engel van de gemeente” en eindigt met het meervoud ” wat de Geest tot de gemeenten zegt” ) Alle aspecten van de wereldwijde gemeente van alle tijden worden hier beschreven. Wie oren heeft, laat hij luisteren naar wat de Geest aan de gemeente te zeggen heeft. Met andere woorden, in een hedendaags gezegde: wie de schoen past, trekke hem aan!

Naar de volgende pagina.

6.18 Barmhartigheid

Terugkijkend op deze artikelen; is dit nu alles wat gezegd kan worden?

Is dit alles wat de Bijbel zegt over gebrokenheid in het huwelijk: echtscheiding en hertrouw zijn in bepaalde gevallen mogelijk.

Nee, dat is niet alles. Deze artikelenserie is ingegeven door het soms onbarmhartig oordelen van elkaar in gebroken situaties en elkaar daarin onmogelijke lasten opleggen. Waarbij Bijbelteksten worden gelezen vanuit onze eigen overtuigingen.

Barmhartigheid
Barmhartigheid
Barmhartigheid
We leerden Gods barmhartigheid kennen in gebroken situaties. Maar barmhartigheid gaat ook de andere kant op.

Dat geldt zeker binnen het huwelijk.

  • Als we onze naaste lief moeten hebben als onszelf, dan geldt dat zeker binnen het huwelijk;
  • Als we onze broeder zeventig maal zeven maal dienen te vergeven, dan geldt dat zeker binnen het huwelijk;
  • Als de gezindheid van Christus is de ander uitnemender  te achten dan onszelf, dan geldt dat zeker binnen het huwelijk.

 

Ondanks alles

En zeker als iemand in een gebroken situatie het vertrouwen heeft dat God deze weg gaat en daar ook uitkomst in zal geven, en daarom man of vrouw niet wil verlaten, ondanks alle verdriet en ellende, maar onvoorwaardelijk blijft kiezen voor dit huwelijk en als een navolging van Christus ziet in het lijden, dan verdient dat alleen maar onze steun, ons gebed, ons omringen met de genade en kracht van God.

Uiteindelijk is het een zaak tussen de individuele persoon en God. Linksom of rechtsom, wij kunnen niet oordelen. Net als bij Jezus dient genade en waarheid hand in hand te gaan.

Bescherming

Hier past wel onderscheidingsvermogen. Want iemand kan ook in een dergelijk huwelijk blijven door eigen trauma’s uit het verleden en niet beter weten dan dat er mishandeling is. In dergelijke situaties moet er wel handelend en beschermend opgetreden worden.

Laten we ook goed onze eigen grenzen kennen. Pastoraat is geen professionele hulpverlening. En laat dat ook vooral zo blijven.


PS. Mocht je alleen op deze pagina terecht zijn gekomen, lees dan meer over dit onderwerp en begin bij: wat zegt de Bijbel over echtscheiding?

-0-0-0-0-0-0-

Einde artikelen met betrekking tot echtscheiding en hertrouw.

 

5.0.3 De kracht van de gemeente


Je bent hier: Home » dienen
De kracht van de gemeente

De Here Jezus had beloofd, dat zodra Hij naar de Vader zou gaan, hij zijn discipelen niet als wezen zou achterlaten, maar een andere Trooster zou zenden.

Jezus moest nadat Hij zijn opdracht had vervuld, terug naar Zijn Vader in de hemel, omdat Hij, zo zei Hij, anders de Trooster niet kon zenden. Het was beter voor ons. Jezus zou namelijk nooit fysiek bij iedereen kunnen zijn. Maar de Heilige Geest wel. Die woont in de harten van alle gelovigen.

Jezus had gezegd: trek de wereld in en maak alle mensen discipelen van Mij. Zij moesten daar echter mee wachten totdat de Heilige Geest over hen zou komen zodat zij het in Zijn kracht konden gaan doen.

Op het moment dat de Heilige Geest komt, verandert er iets fundamenteels:

  • Eenvoudige vissers, hebben diep inzicht in de geschriften van het Oude Testament,
  • als zij spreken, staan mensen sprakeloos en komen duizenden tot bekering,
  • mensen op wie zij de handen leggen, genezen.

De Heilige Geest is een bijzondere kracht van God die als werkplaats de gemeente heeft. Daar is Hij primair, omdat Hij woont in de harten van de gelovigen. Daardoor verandert je karakter naar het karakter van God, Galaten 5:22. Maar je krijgt ook bijzondere gaven om de gemeente te dienen (Romeinen 12:6, 1Korinthe 7:7; 12:1-11, 1Petrus 4:10).

 

Zie met betrekking tot het werk en de werking van de Heilige Geest de pagina’s Jezus in jou.

Zie met betrekking tot leiderschap in de gemeente de volgende pagina’s .

5.0.1 Het doel en de missie van de gemeente


Je bent hier: Home » dienen
Doel en missie van de gemeente
Doel en missie van de gemeente


 

 

1) Het doel van de gemeente is:

  1. (extern in de zichtbare wereld) . . . dat wij zo ons licht voor de mensen laten schijnen opdat zij onze goede werken zien en daardoor onze hemelse Vader gaan verheerlijken (Mattheüs 5:13-16);
  2. (extern in de onzichtbare wereld) . . . de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen opdat aan de geestelijke heersers en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend gemaakt wordt (Efeze 3:10);
  3. (intern in de zichtbare wereld) . . . elkaar toe te rusten tot het elkaar dienen, tot opbouw van het Lichaam, opdat de leden één zullen zijn in het geloof en het kennen van Jezus (Efeze 4:11-16);
  4. (intern in de onzichtbare wereld) . . . dat ieder lid heengroeit naar de volwassenheid en volmaaktheid in Christus (Kolossenzen1:28; Ef.4:13).

In de praktijk zien we dat we onze handen hieraan vol hebben. De ene gemeente vindt het lastig om concreet naar buiten te gaan. Een ander gemeente lukt het maar niet om ongeveinsd liefdevol met elkaar om te gaan.

Maar laten we er op letten dat alle aspecten van deze doelen maar om een ding gaan: de verheerlijking van de volmaakt heilige God.


 

2) De missie van de gemeente

Een missie bestaat uit twee delen: een opdracht en een boodschap.

  1. De belangrijkste opdracht van Jezus aan de gemeente, Zijn Lichaam, is elkaar lief te hebben, omdat de mensen daaraan kunnen zien dat wij discipelen van Hem zijn (Joh.13:34-35; 15:12-17). En niet zoals je jezelf lief hebt, maar zoals Jezus ons liefheeft. Er is geen grotere liefde!
  2. De tweede opdracht is andere mensen van die liefde van God te vertellen en hen alles te leren wat zij van Jezus heeft geleerd. En wanneer iemand kiest voor Jezus hem of haar te dopen als teken van het discipelschap van Jezus (Mattheüs 28:19).

Waarom in die volgorde? Omdat wanneer er in de gemeente onderlinge liefde is daar al een geweldige boodschap vanuit gaat. Het eerste, die onderlinge liefde, is voorwaardelijk voor het tweede, mensen vertellen van de liefde van God.

Deze liefde van God voor de wereld is tevens haar boodschap voor de wereld: Jezus is niet naar de wereld gekomen om haar te veroordelen, maar om haar te redden (Johannes 12:47); God heeft mensen namelijk zo lief dat Hij zijn Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig met Hem leeft (Johannes 3: 16-17);

 


De blijde boodschap

Het kruis is door de eeuwen heen uitgegroeid tot een belangrijk uiterlijk symbool van het christendom. En niet zonder reden. Het kruis symboliseert wat het Jezus gekost heeft om ons te redden. Daarom zegt Paulus in Galaten6:14: “Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Here Jezus Christus.”

Hoewel niet als algemeen symbool uitgegroeid, is het geopende graf toch het meest wezenlijke van het geloof. Paulus zegt daarvan: “Als Christus niet was opgestaan, dan is ons geloof volkomen zinloos . . . . . Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.” 

Zo zal de blijde boodschap van de gemeente zijn: Door Christus is, in een weg van lijden en sterven EN opstaan, het Koninkrijk van Zijn Vader herstelt!

Een ieder die dat gelooft en Jezus daarmee aanvaardt als de Christus (de Messias), zijn persoonlijke Redder, heeft eeuwig leven en mag deel uit maken van dat Koninkrijk.


Geen visie?

Jazeker! Maar die is per gemeente anders, omdat deze alleen valt af te leiden uit de gaven van de Geest die Christus aan elk gemeentelid geeft. Die gaven, die dromen die in ieders hart liggen, die bepalen wat de visie van Christus met die specifieke gemeente is.

Het geheel is meer dan de som der delen. En zeker meer dan de visie van een enkele persoon of aantal personen voor de gehele gemeente. Waarom zou God al die gaven aan al die gemeenteleden geven? Misschien om Zijn veelkleurige wijsheid te laten zien? Contrair aan het rijk der duisternis waar enkelingen heersen en domineren, slaven maken.


Naar de volgende pagina waar we naar de fundamenten van de gemeente gaan kijken.

5.0 Het gemeente zijn


Je bent hier: Home » dienen
De instelling van de gemeente.

Het gaat niet langer om een volk, maar om het gemeente zijn.

In het Oude Verbond, dat God met Israël had gesloten,  ging het om Israël als volk en haar bestemming om de Messias voort te brengen.

Nu deze Messias is verschenen, is het heil dat Hij brengt bestemd voor alle volken en sluit God Zijn verbond met iedereen die gelooft in Jezus en zich laat dopen als teken dat men volgeling van Jezus wil zijn.

Het gemeente zijn
Het gemeente zijn

God roept al deze gelovigen bij elkaar en noemt hen ekklesia, letterlijk “de bijeen geroepenen”, of “de uit weggeroepenen”. Het woord ‘kerk’ is daarvan afgeleid.

 

In het Nieuwe Testament is dit woord vertaald met ‘gemeente’.

Ook noemt Jezus de gemeente “Zijn Lichaam”.

De gemeente is dus “het Lichaam van Christus.”

Het woord ‘gemeente’ staat weer in nauw verband met ‘gemeenschap’. Een groep mensen die iets gemeenschappelijks hebben en veel gemeenschappelijk doen. Die verantwoordelijkheid naar elkaar nemen, omzien naar elkaar.

En zo wordt de gemeente ook genoemd: “de gemeenschap van de heiligen.” Hierbij duidt heiligen niet op heilige boontjes (want dat zijn ze ook helemaal niet), maar op het apart gezet zijn. Een bijzonder kenmerk hebben, namelijk het gemeenschappelijk geloof in God als Schepper en Jezus als Redder. Dat verbindt hen.

Voorwaarden

Wat zijn nu de voorwaarden voor het gemeente zijn ? Hoe wordt het lichaam bij elkaar gehouden? Hoe functioneert het?


De gemeente kenmerkt zich door drie fundamentele waarheden:
  1. De Here Jezus is haar Hoofd, Herder en Heiland. Hij geeft met Zijn Woord aan waar het op aan komt,
  2. De Heilige Geest is haar Helper en Heiligmaker. Hij geeft daarvoor bijzondere gaven, leert ons dienen en groeien naar volmaaktheid,
  3. God de Vader is haar Heer der Heren.  Hij verlangt ernaar haar eeuwig leven te geven door haar als bruid van zijn Zoon te verwerven.

In 1Korinthe 12 staat prachtig beschreven dat de leden van de gemeente dus leden van dat Lichaam zijn. En dat zij allemaal daarin een unieke plaats hebben. Dat niemand zich tegen de ander kan beroemen over zijn plaats of taak daarin. Maar dat alle leden elkaar nodig hebben.  Sommigen hebben wat meer voor de mensen in het oog lopende plaatsen, maar degenen die wij wat minder eer zouden geven, hebben daarom meer eer bij God.


Alles wat in de gemeente plaatsvindt dient te voldoen aan de volgende criteria:
  1. Is het tot eer van God (1Korinthe 10:31),
  2. Is het tot opbouw van de gemeente (1Korinthe 14:3-12),
  3. Is tot versterking van het persoonlijk geloof, (Romeinen 1:10-12),
  4. Is het tot heil van de naaste, (Handelingen 10:15; Romeinen 12:17-18; 14:18; 2 Korinthe 3:2; Filippenzen 4:5; Kolossenzen 1:28; Titus 2:11; 3:2).

Al deze criteria dienen aanwezig te zijn. Iemand kan geweldig bezig zijn en wat hij doet is tot eer van God en het bouwt de gemeente op, iedereen is blij met hem. Er komen mensen van buiten tot bekering, het is tot heil van de naaste, maar . . .  het versterkt zijn persoonlijk geloof niet, hij brandt op, dan is de zaak niet in balans.

En zo geldt het voor alle vier de criteria. Iemand kan evangelist zijn en er zijn veel bekeerlingen, het versterkt hem zelf ook enorm in zijn geloof, maar door zijn handelswijze waarbij hij zonder overleg maar van alles doet(1), wordt de gemeente totaal niet opgebouwd. Het geeft onrust, mensen voelen zich niet serieus genomen, dan gaat het toch niet goed.

Hier geldt de uitspraak van Jezus dat mensen zullen komen en zeggen: wij hebben in Uw Naam geprofeteerd en boze geesten uitgedreven, veel krachten gedaan, en dan zal Jezus tegen hen zeggen: Ik heb u nooit gekend, want je hebt niet de wil van Mijn Vader gedaan.


Waarom niet een 5e criterium: “Is het in overeenstemming met het Woord van God, de Bijbel?” Natuurlijk dienen dingen in overeenstemming met Gods Woord te zijn. Dat is namelijk een onderdeel van het 1e criterium: is het tot eer van God maar dan in combinatie met de overige criteria.

We kunnen elkaar de wet voorhouden, maar zo zegt de Bijbel: Barmhartigheid roemt tegen het oordeel. Bouw je elkaar op en versterk je het geloof met het Woord of sla je elkaar om de oren met de Bijbel?

Met andere woorden, als alle vier criteria aanwezig zijn, dan kan het niet anders dan dat het in overeenstemming is met het Woord van God.

 


Het leven van de gemeente

Het gemeente zijn ziet er zo uit, (Handelingen 2:42-47):

  1. volhardend met elkaar de Bijbel bestuderen,
  2. de gemeenschap met elkaar blijven onderhouden,
  3. het ter nagedachtenis aan het werk en de dood van Christus regelmatig het avondmaal vieren,
  4. samen blijven bidden,
  5. eensgezind bij elkaar komen,
  6. alles doen met vreugde en eenvoud van hart,
  7. het aanbidden en loven van God.

Sleutelwoord bij het leven van de gemeente is “gemeenschap”. Wanneer er niet gezamenlijk het avondmaal wordt gevierd, niet samen wordt gebeden, er geen gemeenschappelijke aanbidding is, dan verarmd het lichaam. Een ander gevaar is dat er elitaire groepjes ontstaan. Die zich zien als de voorbidders, de Bijbelvorsers, e.d. En ja, natuurlijk is er verscheidenheid in gaven, niet iedereen heeft de zelfde gaven, maar laat het in het midden van de gemeente plaatsvinden in het besef dat alle delen van het Lichaam elkaar nodig hebben.


Naar de volgende pagina waar we naar de missie en het doel van de gemeente gaan kijken.

 

NOOT:

(1) Vaak met een beroep op het feit dat men oudste is. En ziet zichzelf als leider die de gemeente voorschrijft wat er moet gebeuren. In plaats dat men als oudste juist op zoek gaat naar wat Jezus in de gemeente heeft gegeven aan gaven.

2.2.5.5 Is er rangorde in de uitingen van de Geest?


Je bent hier: Home » dienen
rangorde
Is er rangorde in de uitingen van de Geest?

Is er rangorde in de uitingen van de Geest? Is er onderscheid in de  vorm hoe de Heilige Geest zich door ons heen uit? Ja! De volgorde is:

  1. Liefde, als vrucht van de Geest, het wandelen in de Geest, 1Kor.12:31b;
  2. liefdesgaven van de Geest, Rom.12:6;
  3. bedieningen van de Heer, Rom.6:7b-8;
  4. wonderwerkende krachten van God
  5. ambten en taken in de gemeente.

Nu zegt Paulus in 1 Kor.12:28 dat God aanstelt:

  1. ten eerste apostelen
  2. ten tweede profeten
  3. ten derde leraars
  4. daarna krachten
  5. vervolgens de liefdesgaven  van genezingen, hulpbetoon , besturingen en soorten van tongen.

Daaruit kun je afleiden dat het een volorde van belangrijkheid aangeeft. En dan staan de bedieningen boven de krachten en de liefdesgaven. Toch heb ik ervoor gekozen om de liefdesgaven eerder te noemen en wel om de volgende reden.

In de eerste plaats duidt het woordje “vervolgens”, ειτα,  niet  een noodzakelijke chronologie aan, maar introduceert het een volgend element in een opsomming. Maar belangrijker is dat we eerder hebben gezien in Romeinen 12:7-8 dat een bediening slechts goed uitgeoefend kan worden als deze gepaard gaat met een daarvoor belangrijke gave. Ook in 1Kor.14:29-32 zie je dat de bediening van profeet dient te zwijgen wanneer een ander een openbaring krijgt, (dus vanuit een gave), omdat de profeet onderworpen is aan de geest van de profeet.

Dus ja, de bedieningen hebben een hogere geestelijke autoriteit, maar alleen als zij vanuit een gave wordt uitgeoefend. Je kunt wel de bediening van apostel hebben, maar als daarbij de gave van bijvoorbeeld besturing ontbreekt, zal de autoriteit ook ontbreken. Dus een liefdesgave is voorwaardelijk voor het uitoefenen van een bediening. Vandaar dat ik deze toch eerst noem.

De vraag rijst natuurlijk of iemand überhaupt een bediening kan hebben als hij geen liefdesgaven heeft. Het antwoord is eenvoudig ‘nee’. Zie voor een nadere uitwerking hiervan het artikel over de bedieningen.

Hoe kan iemand apostel zijn als hij geen liefde voor mensen heeft. Het is vaak ontroerend te lezen hoeveel de apostel Paulus van de mensen hield. Hoe kan iemand profeet zijn als hij niet de gave van profetie heeft. Hoe kan iemand voor de gemeente zorgen en haar beschermen als hij niet de gave van ijver en toewijding heeft? Hoe kan iemand willekeurig welke bediening dan ook uitoefenen zonder dat hij de gave van het dienen heeft? Rom.12:7-8.

 

! ! ! ! ! !

Ambten en taken zijn geen uiting van de Heilige Geest. Het zijn geen liefdesgaven van de Geest. Het zijn geen lifetime aanstellingen van Jezus in een bediening. Het zijn geen door God gewerkte krachten. Het is een gruwelijke misvatting dat het ambt boven de bediening zou staan.

Laten we naar het viervoudige fundament van de gemeente kijken:

  1. eerst Jezus Christus, 1Kor.3:11; Ef.2:20; Kol.2:7,
  2. dan het geloof, 2Tim.2:19; Kol.1:23; Ef.3:17; Heb.6:1,
  3. dan de liefde, Ef.3:17,
  4. ten slotte apostelen en profeten, Ef.2:20; Hebr.6:1.

Ambten en taken zijn dus ook geen fundament van de gemeente. Het is het residu van eeuwen hiërarchisch denken, waarbij Bijbelteksten worden misbruikt om het ambt van oudste als een regeerambt te zien. De Bijbel kent het instituut van kerkenraad of oudsten helemaal niet.

Het is zo contrair aan wat de Bijbel zegt: dient elkaar, rust elkaar toe tot dienstbetoon. Het is een valse leugen als dan gezegd wordt: ja maar wij dienen de gemeente door leiderschap. Dat is niet dienen. Dat is nog steeds heersen waar Petrus ernstig voor waarschuwt.

Het gezag van oudsten ligt niet in het feit dat zij oudsten zijn, maar wanneer zij vanuit hun bediening spreken. Dan zal de gemeente de Heilige Geest herkennen en het gesprokene erkennen. Denk aan Jakobus.

Het is een omgekeerde piramide: oudsten nemen geen beslissingen, maar zorgen dat de gemeente de juiste beslissingen neemt.

de open en omgekeerde piramide
de open en omgekeerde piramide

Hoe groter het vlak naar de hemel, hoe meer God door de gemeente kan werken. Open, zodat iedereen het kan zien.

Nieuwsgierig naar wat de rol van het ambt, van oudsten, dan wel is? En hoe een gemeente dan überhaupt functioneert?

Zie hiervoor de artikelenserie over de gemeente.

 

Einde artikelenserie “Onderweg” 

-0-0-0-0-0-

Vasten

VASTEN IN HET OUDE TESTAMENT

  • Om de wil van God te leren kennen
  • In nood of rouw om de Here te raadplegen
  • Ter verootmoediging, bekering en erkenning dat gezondigd is en de Here verbidden

Dus altijd om de stem van God te verstaan

 

VASTEN IN HET NIEUWE TESTAMENT

  • Tot verkrijging van het geloof in de kracht van God (Mat.17:14-21)
  • Voor het opdragen in een bediening (Hand.13:2-3; 14:23)

Dus altijd om geloof in de kracht van God

 

VASTEN ALS EEN WIJZE VAN GOD DIENEN

Vasten wordt vrolijkheid en vreugde, je licht zal opgaan, duisternis verdwijnt, geeft nabijheid en vergelding van God als je:

  • de boeien der goddeloosheid losmaakt, de banden van het juk ontbindt, verdrukten vrijlaat en elk juk verbreekt, voor de hongerigen je brood breekt en arme zwervelingen in je huis brengt, naakten kleedt, je niet onttrekt aan eigen vlees en bloed, het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, hongerigen en verdrukten verzadigt met wat jezelf zou willen hebben (Jes.58)
  • eerlijk recht spreekt, elkaar liefde en barmhartigheid bewijst, weduwe noch wees verdrukt, niet in je hart elkaars onheil beraamt, niet voor jezelf, maar voor God vast; Hem gehoorzaam bent (Zach.7)
  • waarheid en vrede liefhebt (Zach.8:19)
  • je totaal toewijdt aan de dienst van God (Hanna, Luc.2:37)
  • het onzichtbaar voor de mensen doet ( Mat.6:16-18)

 

VASTEN WANNEER (Mat.9: 14-15; Luc.5:33-34)

Je kunt niet (de bruiloftsgasten laten) vasten en treuren als de bruidegom bij je (hen) is. Er zullen tijden zijn dat de bruidegom van je hen is weggenomen, dan zul je vasten, zegt Jezus!

Met andere woorden als wij de relatie met Jezus willen verdiepen, of die zelfs kwijt zijn. Als wij  iets van de aanwezigheid van de Bruidegom zijn kwijtgeraakt.

  • Als wij  Gods stem willen verstaan.
  • Als wij weer geloof willen hebben in de kracht van God waardoor wonderen gebeuren
  • Als wij willen jukken verbreken, willen leven in omzien naar anderen, enz.

Wij verlangen naar vrolijkheid en vreugde, dat ons licht zal doorbreken als de dageraad en onze wond zich spoedig zal sluiten, dat in de duisternis ons licht zal opgaan en onze donkerheid zal zijn als de middag. Dat de Here ons voortdurend zal leiden. Dat we de overoude puinhopen zullen herbouwen en de grondvesten van vorige geslachten zullen herstellen. Dat we genoemd zullen worden: HERSTELLERS VAN BRESSEN, HERBOUWERS VAN STRATEN.