Tagarchief: Genesis

De Bijbelboeken van het Oude testament


Je bent hier: Home » Genesis

 

Korte toelichtende samenvattingen


Het Oude Testament wordt door Joden aangeduid met TeNaCH.

TeNaCH is een Hebreeuws acroniem dat is gevormd uit de eerste letters van de drie onderdelen waaruit het is opgebouwd:

  1. T van Thora (Wet)
  2. N van Nevie’iem (Profeten)
  3. CH van Ketoeviem (Geschriften).

Het is een andere indeling dan wij kennen. Hieronder volgt de indeling zoals wij die kennen.


De Vijf boeken van Mozes, de Thora (Pentateuch):

 

1. Genesis (Ontstaan, wording, oorsprong, geboorten) beschrijft:

  • de schepping van de hemel, aarde en de mensheid,
  • de zondeval,
  • de verbondssluiting met Abraham,
  • het ontstaan van het volk Israël.

2. In Exodus (Uittocht, verlossing) is Mozes de centrale figuur en beschrijft:

  • de bevrijding van Israël uit de macht van Egypte,
  • de 40-jarige woestijnreis,
  • de verbondssluiting van God met Israël en het geven van de tien geboden en andere voorschriften,
  • de bouw van de tabernakel als woning voor God.

3. Leviticus (Hechting, verbinding) is het hart van de Thora met de grote verzoendag als hoogtepunt. Het is dus eigenlijk het hart van God. God maakt het mogelijk via leefregels om een liefdesrelatie met Hem te hebben.

Het bevat de voorschriften voor:

  • De priesters en de Levieten, afstammelingen van Aäron,
  • Het heiligdom, wat is rein en wat onrein,
  • De eredienst
  • Het godsdienstig leven, wat is een heilig leven

4. Numeri (Getallen, Verwijst naar twee volkstellingen) beschrijft de lotgevallen van Israël tijdens de woestijnreis en de daarop volgende intocht in Kanaän, het Beloofde Land.


5. Deuteronomium (Tweede wet) is een terugblik van Mozes. Daarmee veel herhalingen uit de eerdere boeken, maar dan op een rijtje gezet met uitleg en toepassing.

Als laatste vermeldt het de opvolger van Mozes, Jozua, en het sterven van Mozes.


 

De acht geschiedkundige boeken:

6. Jozua beschrijft:

  • – de intocht in Kanaän,
  • – De verdeling van Kanaän over de twaalf stammen,
  • – Afscheidsrede en sterven van Jozua

7. Richteren (rechters, leider). Deze personen traden op in noodsituaties als redders. Wanneer het volk afdwaalde van het dienen van God, dan liet God het toe dat omringende volken hen bestreden. Wanneer het volk tot inkeer kwam, trad een richter op die redding bracht.

Het laat echter ook zien dat zonder duidelijke leiding het volk snel moreel vervalt en iedereen maar deed wat in eigen ogen goed was.


8. Ruth. Bij een hongersnood vertrekken Naomi, haar man en twee zonen naar Moab. Daar trouwen de beide zonen. De man en de twee zonen overlijden. Naomi keert terug naar Israël. Aanvankelijk gaan de twee schoondochters mee. Maar halverwege maant Naomi hen terug te gaan naar hun eigen land. Echter Ruth wenst absoluut mee te gaan. Zij doet dat met onder andere de woorden: “. . . . Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God . . . . .”.

Uiteindelijk trouwt Boaz haar. Daarmee werd Ruth zelfs voorouder van Jezus.


9. 1 en 2 Samuël (is de laatste richter)

1 Samuël beschrijft:

  • het optreden van Samuël als politiek en godsdienstig leider en het ontstaan van het koningschap,
  • de aanstelling van Saul als koning en zijn neergang,
  • dat gehoorzaamheid aan God voorspoed brengt en ongehoorzaamheid onheil tot gevolg heeft.

2 Samuël beschrijft:

Koning David als een man van groot geloof en een intense toewijding aan God, maar ook als een meedogenloze moordenaar. Tegelijk, als hij op zijn zonden wordt gewezen, vernedert hij zich en belijdt hij zijn schuld. Daarom noemt God hem toch een man naar Zijn hart, 1Samuel 13:14; Handelingen 13:22.


10. 1 en 2 Koningen (koningsgeschiedenissen)

1 Koningen beschrijft:

  • de tempelbouw door Salomo,
  • de tweedeling van Israël en Juda,
  • de geschiedenissen van de koningen,
  • met grote nadruk de rol van de profeten die de koning en het volk en Woord van God bekend maakten en vaak waarschuwend moesten optreden.

2 Koningen beschrijft:

  • de verdere geschiedschrijving van de koningen van Israël en Juda,
  • de voortdurende ontrouw aan God met als gevolg:
  • de wegvoering in ballingschap,
  • de verwoesting van Jeruzalem en de tempel.

11. 1 en 2 Kronieken (koningsgeschiedenissen van Juda)

1 Kronieken beschrijft:

  • een beknopt overzicht van de geschiedenis van Adam tot David,
  • het koningschap van David,
  • de voorbereiding van de tempelbouw.

2 Kronieken beschrijft:

  • het koningschap van Salomo
  • het koninkrijk Juda

12.  Ezra en Nehemia beschrijven de terugkeer uit ballingschap en de herbouw van de tempel en de stadsmuur.

Ezra was een priester en deskundig in de wet van Mozes en trad op tegen overtredingen daartegen, met de gemengde huwelijken.

Nehemia geeft met name leiding aan de herbouw en de vernieuwing van het godsdienstig leven.


13. Esther beschrijft het verhaal dat een joods meisje dat tijdens de ballingschap in Perzië koningin wordt. Zij weet met gevaar voor haar leven (“Kom ik om, dan kom ik om”) het uitroeien van haar volksgenoten te voorkomen.


 

Vijf dichterlijke boeken:

14. Job. Dit boek wordt gerekend tot de klassieken van de wereldliteratuur vanwege de beeldrijke taal, de prachtige poëzie, maar vooral vanwege het feit dat de vraag naar de zin van het lijden en de rol van God daarbij diepgaand aan de orde komt.


15. Psalmen(liederen bij snarenspel) Dit boek wordt wel het troostboek genoemd. Dit omdat in de psalmen op diep-menselijke wijze wordt bezongen wat mensen ervaren in hun relatie met God en God regelmatig wordt gevraagd waarom die dingen gebeuren en waarom Hij niet ingrijpt. Maar zij eindigen toch allemaal (m.u.v. Psalm 88 het gedicht van Heman) met een lofzang op God omdat Hij uitredt.

Zeer bekend is psalm 23: “De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”


16. Spreuken bevat allerlei wijsheid spreuken van praktische aard over levenskunst en levenshouding. De hoogste wijsheid is echter een levende relatie met God.

Bekend is hoofdstuk 31: Het loflied op de goede vrouw.


17. In Prediker wordt diep nagedacht over de zin van het Leven. “Alles is ijdelheid” , behalve ontzag voor God en het houden van Zijn geboden.


18. Hooglied is een verzameling liefdesliederen waaruit blijkt dat liefde en erotiek zeker geen taboe zijn voor God.


 

 

De profetische boeken.

– De vijf grote profeten

19. Jesaja bevat grotendeels een verzameling profetieën, waarbij de waarschuwing is dat Israël op de Here moet vertrouwen en niet op bondgenootschappen met andere volken.

Zeer bekend is hoofdstuk 53 waar over het lijden van Jezus wordt geprofeteerd.

Maar ook hoofdstuk 61 waarin zo enorm de liefde van God spreekt als daar wordt beschreven waarom Jezus voor ons leed.


20. Jeremia bevat naast veel profetieën ook veel informatie over Jeremia zelf. Hij lijdt eronder dat het volk niet luistert en maakt mee dat zijn waarschuwende profetieën uitkomen: de verwoesting van de tempel en de wegvoering van het volk in ballingschap.

Zeer bekend is hoofdstuk 31 waar geprofeteerd wordt over het nieuwe verbond dat God zal sluiten en dat dan ook wordt aangehaald in het Nieuwe testament, Hebreeën 8 en 10.


21. Klaagliederen is een verzameling van vijf gedichten waarin wordt geklaagd over de verwoesting van Jeruzalem en de grote nood van de achterblijvers.


22. Ezechiël waarschuwt in eerste instantie voor de gevolgen van de afval van God. Wanneer Jeruzalem toch verwoest wordt en het volk in ballingschap gaat, troost hij het volk en spreekt hen moed in. De visioenen die hij beschrijft zijn erg moeilijk.

Hij legt sterk de nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk mens.


23. Daniël bevat zes verhalen over Daniël en zijn vrienden die in hachelijke situaties gered worden door hun trouw en gehoorzaamheid aan God.

Zeer bekend zijn de uitleg van de droom over het beeld, Daniel in de leeuwenkuil en de vrienden in de brandende oven waaruit zij allemaal ongedeerd uitkomen.

Het boek bevat ook vier visioenen die symbolisch weergeven de opkomst en het verval van een aantal wereldrijken.


 

– En de twaalf kleine profeten:

24. Hosea. Het alles beheersende thema in dit profetisch boekje is de gekwetste liefdesrelatie tussen God en Israël. Hosea moet dat op onconventionele wijze uitbeelden door met een prostituee te trouwen.


25. Joël is bekend door de profetie over de komst van de Heilige Geest.


26. Amos is bekend om de profetie: Als de leeuw brult, wie zou niet vrezen?  Als God de Heer spreekt, wie zou niet profeteren?”


27. Obadja is bekend door de profetie dat op de berg Sion ontkoming zal zijn.


28. Jona. In dit verhaal wordt duidelijk dat een profeet niet aan de opdracht van God kan ontkomen en ook dat een mens geen grens kan en mag trekken aan de genade van God voor mensen.

Bekend is het feit dat Jona drie dagen en nachten in de buik van een vis heeft gezeten. Later zal de Here Jezus dat aanhalen om aan te geven dat Hij drie dagen en nachten na zijn sterven weer zou opstaan uit de dood.


29. Micha.  Zeer bekend is de profetie over de geboorte van de Here Jezus:

“En u, Bethlehem-Efrata, al bent u klein onder de geslachten van Juda, uit u zal voortkomen Die een heerser zal zijn in Israël.”


30. Nahum. Hoewel bij Jona de Assyrische hoofdstad Nineve zich bekeert en God niet straft, kondigt God hier de definitieve ondergang van Nineve aan. Juda wordt getroost en moed ingesproken dat aan de macht van Assyrië een eind komt.


31. Habakuk worstelt met de vraag waarom God het lijden van onschuldigen toelaat. Toch troost hij met de gedachte dat aan dit lijden een einde komt als zij de Here trouw blijven. Dan kan het oordeel over de onderdrukker niet uitblijven.

Ontroerend is zijn prachtige gedicht dat eindigt met:

  • Al zal de vijgenboom niet bloeien
  • En er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
  • Al wordt er geen olijf geplukt
  • En geven de akkers geen voedsel meer,
  • Al zal er geen schaap meer in de kooi zijn
  • En geen koe meer in de stal,
  • Nochtans zal ik juichen om de Here;
  • Jubelen in de God van mijn heil.
  • Want de Here is mijn bevrijder!
  • Hij maakt mij sterk,
  • Hij maakt mij snel als een hert,
  • Met Hem beklim ik elke hoogte.

32. Zefanja Na een krachtige oproep tot bekering besluit hij dat de Here zelf de volken reine lippen zal geven. Hij zal zich een toegewijd volk maken. Dus juich Israël, want God heeft jullie straf ingetrokken.


33. Haggaï profeteert over de herbouw van de tempel.


34. Zacharia profeteert over het komende vrederijk. De grote ijver van God voor Sion. Hij accepteert de aanklacht van satan niet over de zonden van zijn volk en zegt de hogepriester Jozua schone feestkleren aan te trekken.


 

35. Maleachi laat de liefde van God voor Israël zien.

Daarom gaat het hem om de zuivere eredienst en handhaving van de joodse identiteit. Hij profeteert van Johannes als voorloper van de Here Jezus.


 

Naar de volgende pagina voor het overzicht van de boeken in het Nieuwe Testament.

 

 

Relatie wederkerigheid vereist vrije wil

Een relatie wederkerigheid vereist vrije wil.
Relatie wederkerigheid vereist vrije wil
Wederkerigheid

Contact wordt pas een relatie als de ander er wat aan heeft . . . . . . .

God wil relatie met de door Hem geschapen mens.

Wat heeft God aan het contact en wat heeft de mens aan dat contact, zodat het inderdaad een relatie kan zijn. Een liefdesrelatie nog wel.

zie  de pagina: Het voorwaardelijk spreken van God

1.5.1 Beeld en gelijkenis van God


Je bent hier: Home » Genesis

 

 God is Geest.

Beeld = geest, geen vlees.

Één mens, een geest !
beeld en gelijkenis van God
Adam: beeld en gelijkenis van God

In eerste instantie wordt de mens (ADAM) naar het beeld en gelijkenis van God geschapen. God is Geest. Een geestelijke mens dus, die zowel mannelijk als vrouwelijk is. Deze ene geestelijke mens is dus een drie-eenheid: mannelijk, vrouwelijk en geest. De bekleding met een fysiek lichaam gebeurt later. Of eigenlijk niet bekleed, maar andersom: het lichaam wordt gevuld met geest. God boetseert een fysiek lichaam en blaast daar die menselijke geest in.

In Maleachi 2:14-16 (SV) legt God uit waarom  man en vrouw trouw moeten blijven aan elkaar. Daar staat:

“Omdat Hij één mens had geschapen, hoewel Hij genoeg geest had . . . .” (en in gedachte hoor ik verder . . .  om er twee of meer te maken). “En waarom die ene? Hij zocht een goddelijk nageslacht”. Dat is naar zijn beeld een geestelijke eenheid.

Het is één mens die mannelijk en vrouwelijk is naar het beeld van God: geest. Meervoud en toch enkelvoud: naar het beeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

 

Gelijkenis = naar Zijn aard, geen gelijk zijn met.

Een creatie met bijzondere eigenschappen

De mogelijkheden die God zegenend in deze mens legt zijn:

  • Vruchtbaar zijn, zich kunnen vermeerderen en de aarde te vullen, (de zelfde scheppingsmogelijkheden als de vogels en vissen krijgen en de landdieren blijkbaar al hadden).

Maar dan gaat God met de mens een stap verder, want naar de gelijkenis van God betekent ook dat de mens met zijn eigenschappen op God lijkt:

  • De aarde kunnen bedwingen, onderwerpen, ondergeschikt maken, er onder houden,
  • Kunnen heersen over de vissen, vogels en al het levende dat wemelt op de aarde .

Naar de volgende pagina

Toledot: de Goddelijke impuls

Betekenis

Toledot betekent ‘verwekking’ of ‘het voortgebrachte’. Het is afgeleid van jalad dat betekent: verwekken door de vader en ook baren door de moeder. Dus het beschrijft het gezamenlijk voortbrengen.

In Genesis 2:4 is het vertaald met de ‘geschiedenis’ van de hemelen en de aarde. Op de andere plaatsen is het vertaald met ‘geslachtsregister’ of ‘afstammelingen” van . . .  bijv. Noach.

Toch zie je dat direct daarop  het grondwoord van toledot volgt, namelijk  jalad dat met ‘verwekken’ is vertaald. Voorbeeld: Genesis 6:9-10,   Dit zijn de afstammelingen (toledot)van Noach . . . . . . . Noach verwekte (jalad) drie zonen.

Het woord ‘geschiedenis’ voldoet sowieso niet omdat het nooit over de geschiedenis van het genoemde gaat, maar om het vervolg van het genoemde.

De woord ‘geslachtsregister’ is een parafraserende interpreterende vertaling, omdat in de meeste gevallen een opsomming volgt van de nakomelingen.

De woorden ‘afstammelingen’ of ‘nakomelingen’ lijken te passen, maar kunnen niet gebruikt worden bij ‘de hemelen en de aarde’.

Wanneer we gewoon blijven bij de meest directe betekenis van jalad en toledot, namelijk het ‘voortgebrachte’, dan is dat wel op alle plaatsen toepasbaar. In combinatie met de tweede naamval die er op volgt zou dan gezegd kunnen worden: de toledot is het resultaat waarbij de tweede naamval de oorsprong aanduidt.

Dus in Genesis 2:4 komt dan te staan: Dit gaat er verder gebeuren met de hemel en de aarde toen zij geschapen waren.

En dat past ook heel goed bij de andere teksten die een persoon na de tweede naamval laten volgen. Bijvoorbeeld: Dit gaat er verder gebeuren met Noach . . . . . .  Noach verwekte enz. enz.

De toledot momenten worden daardoor steeds een nieuw begin.

Tweemaal twaalf

Er zijn in Genesis twaalf momenten waarop sprake is van een Toledot. Ook in Exodus, die in Numeri wordt herhaald, zijn twaalf Toledots. Steeds gevolgd door een tweede naamval. Dus: de Toledot van . . . . en dan volgt een persoon, behalve in Genesis 2:4, dan volgt: van de hemelen en de aarde.

God begon opnieuw met, gaf een Goddelijke impuls aan:

  1. de hemel en de aarde, 2:4
  2. Adam, 5:1
  3. Noach, 6:9
  4. de zonen van Noach, 10:1, 32
  5. Sem, 11:10
  6. Terach, 11:27
  7. Ismael, 25:12
  8. de zonen van Ismael, 25:13
  9. Izak, 25:19
  10. Ezau, 36:1
  11. de zonen van Ezau, 36:9
  12. Jakob, 37:2

In Exodus 28:10, zien we  dat God ook een Goddelijke impuls, een nieuw begin gaf aan de 12 aartsvaders, de zonen van Jakob, met andere woorden, met het volk Israel. In Numeri 1 zien we dat daar het volk niet zomaar geteld wordt, maar deze toledot herhaald wordt naar de 12 stammen.

En zo geeft God zijn uitverkoren volk een krachtige impuls waarmee Hij zelf toewerkt naar de komst van de Messias en de vervulling van zijn belofte.

 

 

Levi

In Numeri ontbreekt Levi, maar worden in plaats van Jozef, zijn twee zonen Manasse en Efraïm genoemd, waardoor het toch op twaalf stammen uitkomt.

De toledot van Levi staat in Exodus 6:16 en 19. Levi neemt als priesterstam een aparte en bijzondere plaats in en heeft ver voor de andere stammen al de Goddelijke impuls gekregen tot toerusting voor de gehele offer- en eredienst aan God. Dit ook mede omdat God Levi zich als eigendom had genomen in plaats van alle eerstgeborenen. Je zou ook kunnen zeggen de priesters van Israël namen de plaats in van alle eerstgeborenen van Israël. Waarom waren alle eerstgeborenen het eigendom van God? Omdat toen God alle eerstgeborenen van Egypte doodde, had Hij alle eerstgeborenen van Israël geheiligd, apart gezet, zodat zij niet zouden sterven, Numeri 3:11-13.

 

Jezus

Twee maal twaalf Toledots. Gods eenheid en volheid (3) verbonden met de schepping en de  mensheid (4). En dat dit tweemaal voorkomt duidt extra op de verbinding en relatie. God heeft zich zeer krachtig verbonden met zijn schepping en de mens.

Het getal 12 zelf wijst op het koninklijke priesterschap van het volk Israël.

Maar er is nog een Toledot en die staat in Mattheus 1:1 waar de Griekse woorden staan: bilbios geneseos. Letterlijk: boek van geboorten. Dit is een Oud-testamentische uitdrukking die vergelijkbaar is met het Hebreeuwse woord:  Toledot.

En dan staat er dus: De Toledot van Jezus Christus. Met Christus gaf God zijn meest krachtige en laatste Goddelijke impuls tot redding van de schepping en de mens.

Wij

Hoe is het met onze toledot? Mag God ook in ons leven met een Goddelijke impuls opnieuw beginnen?

-0-0-0-0-0-

 

1.6.9 Het verloren Paradijs


Je bent hier: Home » Genesis
God helpt

Nadat God satan heeft vervloekt, Eva heeft bestraft en Adam op de gevolgen heeft gewezen, helpt Hij de mens in zijn onbeholpen staat waarin hij is terecht gekomen. Ze zijn het Paradijs verloren, maar ze zijn ook het verloren Paradijs.

-> kleding
  • God maakt voor Adam en Eva  kleren (katenot) (tuniek, onder-kleding, een lang shirt-achtige kledingstuk meestal van linnen) om de huid te bekleden, bedekken.
    God bekleed de mens
    God bekleed de mens

    Hier wordt vaak gelezen ‘kleren van huid’, maar dat is strijdig met de betekenis van het woord dat voor kleren wordt gebruikt. Een betere vertaling is dan ook ‘kleren voor de huid’. Deze vertaling snijdt de pas af van de veronderstelling dat God hier het eerste offer brengt, een dier slacht,  om de mens verzoenend te beschermen tegen zijn toorn over de zonde. Tot aan de Sinaï is daar geen sprake van en offeren mensen vrijwillig als teken van hun dankbaarheid en liefde voor God. Pas bij de wetgeving aan Mozes stelt God de offerdienst in om verzoening te doen.

-> niet eeuwig zondig
  • God constateert dat de mens nu net als Hij kennis heeft van goed en kwaad. Wanneer de mens in die toestand van de boom des levens zou eten, zou hij zich voor eeuwig in het verderf storten. Hij zou eeuwig leven hebben, maar in deze zondige toestand. Daarom beschermt God ook hier de mens door Hem de toegang tot deze boom onmogelijk te maken.
    Het verloren Paradijs
    Het verloren Paradijs

    De consequentie is dat de mens wordt weggezonden uit het segment van licht en leven, het bruggenhoofd van Gods Koninkrijk, de duisternis in van de wereld die onder de vloek van satan ligt. En het Paradijs zal met de jaren volledig overwoekerd zijn door haar onder de vloek liggende omgeving.

-> God doet het zelf
  • Maar nog steeds ligt die opdracht er: bewerk de aardbodem waaruit je genomen bent. Als geestelijk mens de aarde onderwerpen en heersen over al het geschapene is er niet meer bij. Dat zou het zaad van de vrouw, God zelf als vleesgeworden mens eens doen. Naast de opdracht tot bewerken, lag ook die belofte er dat uiteindelijk toch God zelf zijn Koninkrijk op aarde zou vestigen. Als zaad van de vrouw! Zodat wij met Hem toch mogen heersen als koningen. Wat een genade, wat een liefde . . . .
    De eerste liefde
    De eerste liefde

    Jezus zegt: wie blijft bij zijn eerste liefde voor Mij en die niet verzaakt, die zal Ik geven te eten van de boom des levens die in het Paradijs van God is. Dan is het verloren Paradijs een eeuwig Vaderhuis. Dan zijn we voor eeuwig verenigd met God en zullen wij met Hem in de geest wandelen van levensboom tot levensboom van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Naar de volgende pagina.

1.6.5 Begeren


Je bent hier: Home » Genesis

 

Op welk punt was de eerste ingang bij Eva? Hoe kwam het begeren in haar op? Waarom stond ze open voor dit gesprek? Dat was het aansluiten bij wat God had gezegd over de bomen.

 

Begeren
Begeren

Gen.2:9 De Here God deed alle geboomte uitspruiten uit de aardbodem die begeerlijk (chamad) waren voor het gezicht. Ze waren een “lust voor het oog”. Oogstrelend, een verrukking, bekoorlijk.

Gen.3:6 De vrouw zag dat die boom goed was tot voedsel, dat hij begeerlijk (ta’avahwas voor de ogen.

 

Ze kijkt dus niet zoals God de bomen bedoeld had, als prachtige de ogen strelende schoonheid (chamad). Nee, ze kijkt naar de boom als een de zinnenprikkelende (ta’avah) lust opwekkende boom. Wat een lust voor oog had moeten zijn, wordt een lust voor het lichaam. Geen genietende ogen, maar begerige ogen.

En dan is de beer los, de ban gebroken, dan beheerst zij zich niet meer. Ze wil ze meer. Dan is de boom begeerlijk (chamad)  om inzicht te krijgen. Te begrijpen wat je allemaal meer kunt doen en weten. Ze wil goed maar ook het kwade leren kennen. Geen de geest strelende kennis van het goede maar een begerige geest naar het kwade. Ze wil meer dan God heeft gegeven.

De door God in de mens gelegde nieuwsgierigheid naar alles wat Hij aan mogelijkheden in zijn schepping heeft gelegd, breidt zich uit naar alles wat niet van God is, wat Hij niet in de schepping heeft gelegd. Ze wil meer. Ze wil alles. Ze wil gelijk worden aan God.

En Adam gaat hier volledig in mee.

BEGEERTE de bron van al ons doen en laten. Dat is de kern van de 10 Verbondswoorden , de goede handleiding voor het menselijk machientje. Elk van de 10 woorden is samen te vatten met: Begeer niet, want dat is niet goed voor je.

  1. Begeer niemand anders dan Mij.
  2. Begeer niet Mij in jouw beeld te vatten.
  3. Begeer niet gelijk aan Mij te worden.
  4. Begeer niet alle dagen jezelf te dienen.
  5. Begeer niet te heersen over anderen.
  6. Begeer niet het leven van een ander.
  7. Begeer niet Mijn beeld in de mens te verbreken.
  8. Begeer niet wat van een ander is.
  9. Begeer niet het slechte voor de ander.
  10. BEGEER NIETS WAT JE NIET TOEKOMT!

OF positief geformuleerd:

  1. Wees tevreden met, geniet van  Mij.
  2. Wees tevreden met, geniet van mijn openbaring van Mijzelf.
  3. Wees tevreden met, geniet van je positie die ik je heb gegeven.
  4. Wees tevreden met, geniet van Mij te dienen en Mij te geven.
  5. Wees tevreden met, geniet van het de ander dienen en te eren.
  6. Wees tevreden met, geniet van het leven van een ander.
  7. Wees tevreden met, geniet van het beeld van Mij in jou.
  8. Wees tevreden met, geniet van wat de ander heeft.
  9. Wees tevreden met, geniet van de goede naam van de ander.
  10. WEES TEVREDEN MET, GENIET VAN ALLES WAT IK JE HEB GEGEVEN!

En was dat niet wat God met Adam en Eva had bedoeld?!

Gen.2:8,15 De Here God plantte een  hof in Eden in het Oosten, (anders vertaald: een hof van vreugde en genot) en liet de mens daar tot zijn bestemming komen: bouwen bewaren en tot rust komen.

Begeer niet meer, maar wees tevreden en geniet.

Naar de volgende pagina.

1.6.7 Het resultaat heeft vrucht van binnen


Je bent hier: Home » Genesis

Het resultaat is:

dat de vrucht van buiten nu vrucht van binnen heeft.

Adam en Eva: Zij merkten dat ze naakt waren en vlochten zich schorten.

Het resultaat was dat Adam en Eva zagen dat ze naakt waren. Er zijn verstrekkende gevolgen. De beschermende, bedekkende liefde was weg. Ze stonden onbeschermd, onveilig tegenover elkaar. Daardoor was ook de loyaliteit naar elkaar weg zoals we in het vervolg zien. Ze waren niet meer veilig bij elkaar.

Het resultaat
Het resultaat van binnen
Gevolgen van de naaktheid
  • 1. Adam

    De vrouw die U met mij gaf, die heeft mij van de boom gegeven waardoor ik at.

Het eerste gevolg is dat ze de ander de schuld geven; beschuldigingen over en weer. Waar we in een relatie man en vrouw alert op moeten zijn: zijn we volledig loyaal naar elkaar. Beschermen we elkaar in plaats dat we elkaar beschuldigen. Maar nog belangrijker: hoe vaak zijn wij niet geneigd om, als er iets mis gaat in ons leven naar God te wijzen, “U hebt mij haar gegeven”. Eigenlijk is het Uw schuld. Terwijl God Adam juist zo had gewaarschuwd, denk erom dat je één vlees bent met je vrouw. En zo kunnen wij reageren: waarom laat U dit of dat toe? De vraag moet echter zijn: hoe gaan wij met dit of dat om? Niet dat God Eva gaf, of dat Eva de vrucht gaf, maar dat Adam at, dat is zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, keuze en zonde.

  • 2. Eva

    De slang heeft mij bedrogen waardoor ik at.

Bedrogen? Eva heeft nu kennis van het kwaad en weet wat bedriegen is. Het tweede gevolg. Terwijl de slang wat betreft het vleselijke gevolg de waarheid sprak, voelt Eva zich toch misleidt. Want het uitzicht was, door kennis te nemen van het kwaad, gelijk te worden aan God. Maar wat blijkt, is dat zij daardoor  juist vervreemd is van God en dat dat een afschuwelijke angstaanjagende wereld is.

  • 3. Adam en Eva

    Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de Here God.

Het derde gevolg is dat zij God niet onder ogen durven komen. Ze zijn hun blijdschap met de omgang met God volkomen kwijt en bang voor de ontmoeting met God. Ze verbergen zich voor God.

  • 4. God

    En de Here God riep Adam: Waar ben je?

Het vierde en eigenlijk meest dramatische gevolg is dat God de mens kwijt is. Als God overdag in de Geest(32) in de hof wandelt, mist Hij Adam en Eva. Natuurlijk kun je zeggen dat ze zich verborgen hadden, maar voor God kun je je niet verbergen. Dat blijkt ook uit het feit dat God de mens tot/bij zich roept en daarna tegen de mens  zegt: Waar ben je. Nee, hier blijkt dat de geestelijke mens die God kende en zoals Hij hem geschapen had, echt weg is, gestorven is. De uitroep van God is: WAAR, afgeleid van ‘er is niets’.

God mist de geestelijke mens. Het vleselijke restant antwoordt: Toen ik Uw stem hoorde, werd ik bang want ik ben naakt. Ook Adam ziet alleen nog maar zijn vleselijk lichaam.

– – – – –

God spreekt wanneer Hij naar je toekomt
Voordat God Adam roept, hoorde Adam Gods stem al in de hof.
God sprak.
Als God verschijnt, dan spreekt Hij, dan maakt Hij contact, dan is er communicatie, dan is er verbintenis, relatie, verbond.
Hij sprak zijn schepping toe, de bloemen en de dieren in het veld.
Psalm 29 is een lofzang op de stem van God. Machtige heersers geef de Here eer en macht en buig je voor Hem neer, want de stem van God:
  • ontschorst de wouden,
  • doet hinden jongen werpen,
  • doet de woestijn beven,
  • hakt vurige vlammen,
  • breekt ceders, de Libanon huppelt als een kalf,
  • is vol glorie,
  • is vol kracht,
  • is over de wateren, Hij dondert.
  • In zijn tempel zegt iedereen: ERE!
  • De Here troont boven de watervloed.
  • De Here troont als Koning voor eeuwig.
  • De Here zal zijn volk kracht geven.
  • De Here zal zijn volk zegenen met vrede.
Dat is de stem van de Here. Dat gebeurt er door de stem van de Here.
De stem van de Here doet je in eerbied buigen en Hem alleen eren, Psalm 29:9.
De stem die tot Jezus sprak, waarvan de omstanders dachten dat het een donderslag was, Johannes 12:29. De zeven donderslagen die hun stem lieten horen, waarvan Johannes het gesprokene niet mocht opschrijven, Openbaringen 10:3-4.

Die stem vervult met diep ontzag, met vreze en beven. Maar die stem geeft zijn kinderen ook absolute veiligheid, want Hij alleen is de machtige. Bij wie zijn kinderen schuilen. Hoe sta je erin, of de Here is een toevlucht voor de zijnen of de Here is een verterend vuur. Hoe sta jij naar Hem. Is het in orde tussen jou en God of niet.

En dan zien we hier dat Adam en Eva zich voor die stem verbergen. Terwijl de stem van de Here juist zijn volk kracht geeft en vrede. Met zijn stem zegent Hij zijn volk, Psalm 29:11. Daar kijk je naar uit, dan springt je ziel op van vreugde. Maar in plaats daarvan is het resultaat dat de vleselijke mens, die niet in het reine is met God, siddert  in angst.

De onschuld voorbij! Wie heeft je uitgelegd dat je naakt bent?

God vraagt Adam:

  1. Waar ben je?
  2. Wie heeft u bewust gemaakt dat u naakt bent?
  3. Hebt u van de boom gegeten, waaromtrent Ik u geboden had daar niet van te eten?

Adam wijst naar Eva. Ook in deze reactie van Adam gaat God weer mee. God vraagt daarom aan Eva:

Wat heb je gedaan?

Één vraag. Maar wat een verschil, zoals God tegen Adam zegt: waar ben je, m.a.w. ik mis je, je bent er niet, roept God Eva ter verantwoording. Wat heb je gedaan?
Ook Paulus wijst op het feit dat niet Adam, maar Eva zich heeft laten verleiden, 1 Timotheüs 2:14,  2 Korinthe 11:3.
We zagen al eerder dat de vrouw zo is geschapen dat zij gevoeliger is voor geestelijke beïnvloeding dan de man. Dat was haar positieve kwaliteit, maar die dus ook negatief kan uitwerken. Namelijk op het moment dat de vrouw en de man elkaar niet versterken door het aanvullende van elkaars karakter.
De slang

In de slang spreekt God satan direct aan. Geen vragen. Geen gelegenheid om zich te rechtvaardigen.

  • Je bent vervloekt onder al het vee en al het gedierte van het veld,
  • op je buik zul je gaan en stof zal je eten,
  • Ik zet vijandschap tussen jou en de vrouw, tussen jouw volgelingen en de nazaten van de vrouw,
  • Haar zaad zal jou de kop vermorzelen en jouw zaad zal haar de hiel vermorzelen.
Het zal duidelijk zijn door heel de toonzetting dat God het hier niet tegen een redeloos dier heeft. Temeer omdat God zelf satan de oude slang noemt, Openbaringen 12:9; 20:2. En letterlijk zien we ook dat  de slang geen stof eet.
Nee, God laat hier satan  in het stof bijten.

Satan wordt hier door God vervloekt.

God vervloekt de mens niet!

 

Naar de volgende pagina, waar we naar nog een resultaat gaan kijken.

 

 


Noten:

(32) leROEACH haJOM. Roeach kan wind, adem en geest betekenen. In relatie tot God wordt er gesproken over de Geest van God. Doordat het hier in combinatie wordt gebruikt met het woord voor ‘dag’ wordt roeach hier altijd vertaald met wind. En daar wordt dan op gevarieerd: avondkoelte(NBG), de wind in de namiddag(SV), het winderig worden van de dag(Dr.MReisel), avondwind(GNB), Het Boek laat het weg, de wind of de koelte van de dag(StudieBijbel), middagwind(Willibrod), The cool of the day(Amplified bible). 

Ik ben geen Hebraïst, maar zou het woord graag vertalen met Geest. Roeach, de Geest van God. (Letterlijk: God wandelde in de Geest van de dag). Dat sluit zo nauw aan bij de ‘geest’ van dit paradijselijk gebeuren. God die Geest is, heeft zijn dagelijkse ontmoeting in de Geest met zijn geestelijke creatie, de mens. (Denk aan de uitdrukking: en Henoch wandelde met God. Dat duidt op een diepe intieme geestelijke relatie). En juist die geestelijke mens, die is weg. In deze eerste hoofdstukken van de bijbel ligt de klemtoon voortdurend op het zijn van geest.

1.6.6 Ons karakter


Je bent hier: Home » Genesis

 

Ons karakter
Ons karakter

 

 

Ons karakter van nu, is bepaald door de houding van Adam en Eva toen.

 

 

Eva

Eva reageert uit haar vlees op de vraag van satan, zonder de geestelijke eenheid met Adam te zoeken. We zien beschreven wat er dan in Eva gebeurt, Gen.3:1-7:

  1. Eva is bevattelijk voor de insinuerende vraag die Gods Woord verdraait en gaat er op in.
    • Satan: Is het inderdaad zo dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom mogen eten?
    • Eva: Van het fruit van alle bomen mogen we eten , alleen niet van het fruit van de boom in het midden van de de hof. [Eva gaat vervolgens uitleggen wat God gezegd heeft en doet er nog een schepje bovenop.] God heeft gezegd: Van die mogen jullie niet eten en jullie mogen hem niet aanraken opdat jullie niet sterven. [Eva geeft blijk zeer goed te weten wat God gezegd heeft en wat de gevolgen zijn. Daarom trekt zij het gebod nog wat strakker aan. Gewoon niet in de buurt komen!]
  2. Eva is desondanks bevattelijk voor de wending die satan geeft aan de woorden van God en accepteert dat het Woord van God niet juist zou zijn en maakt zelf een beoordeling van de boom.
    • Satan: Jullie zullen helemaal niet sterven, maar God weet dat op de dag dat je daarvan eet, jullie ogen geopend zullen worden, dan zullen als God blijken te zijn, kenners van goed en kwaad
    • Eva: kijkt naar de boom en vindt hem goed om te eten en een lust voor de ogen. 
  3. Eva is bevattelijk voor de verboden vrucht: de boom is begeerlijk om daardoor inzicht te krijgen zoals God.
  4. De begeerte om inzicht te krijgen zoals God, maakt dat Eva tot handelen overgaat en neemt van het fruit en eet. Ze voegt de daad bij de gedachte.
  5. En nu pas – bij de handeling – betrekt ze Adam en geeft het fruit ook aan hem.
Ons karakter

Welke grondhouding zien we bij Eva, die tot vandaag door het hele menselijk geslacht door in onze genen zit en ons karakter bepaalt:

  1. Oor hebben voor een ander geluid dan het geluid van God
  2. Zelf beoordelen wat goed is, tegen het gebod in
  3. On-verschilligheid (geen verschil maken tussen goed en kwaad)
  4. Begeerte
  5. Hoogmoed
  6. Ongehoorzaamheid
  7. Medepleger maken
Adam

Adam was bij haar en at, Gen.3:6b. Al die tijd had hij het gesprek van satan met Eva gevolgd en geluisterd, maar niets gezegd, niets gedaan. Hij ging er in mee. Geobsedeerd door Eva(30). In Gen.3:17 zegt God dat ook: “Omdat je naar je vrouw hebt geluisterd . . . . .”

Welke grondhouding zien we bij Adam, die tot vandaag door het hele menselijk geslacht door in onze genen zit en ons karakter bepaalt:

Ons karakter
Ons karakter
  1. Geen positie nemen (dus ook hij beoordeelt on-verschillig) 
  2. Het allemaal wel prima vinden (dus ook hij begeert hoogmoedig)
  3. Meegaan in het kwaad (dus ook hij handelt ongehoorzaam)

 

De zonde

Op welk moment treedt de zonde in?

  • Jakobus zegt: Iets is pas een verzoeking als jezelf iets begeerlijk vindt. Maar het wordt pas zonde als wordt toegegeven aan de begeerte en wordt overgegaan tot de handeling, Jak.1:14-15.
  • Jezus zegt: wie kijkt om te begeren, die heeft in zijn hart al de zonde gepleegd, Mat.5:28.
  • En Spreuken 18:12 zegt: Vóór de val is het hart van de mens hoogmoedig.

De daad is de feitelijke ongehoorzaamheid en overtreding van het gebod. Maar daaraan ligt ten grondslag de begeerte en de hoogmoed. En dat brengt on-verschilligheid: geen verschil willen maken tussen goed en kwaad. Kennis willen hebben van het goed en het kwaad is de onverschillige houding van: dat moet toch kunnen, dat maakt toch niet uit, ik doe er niemand kwaad mee. De hoogmoed op gelijke wijze als God te willen beoordelen wat wel en niet goed is. Jezelf tot God (willen) zijn.

En zo zijn we nu . . . . . dit is nu ons natuurlijk zondig karakter:

begerend – on-verschillig(31) – hoogmoedig – ongehoorzaam

We begeren iets. Daarom gaan we het goed praten. Vervolgens denken we wie doet ons wat en gaan over tot de daad.

Naar de volgende pagina.


Noten

(30) Adam ging zijn vlees achterna. Er is een grove uitdrukking voor wanneer een man verleid door een vrouw zelf de fout ingaat. Maar feitelijk is dat hier het geval.

(31) In de betekenis van geen verschil maken tussen goed en kwaad. Uitspraken die daarbij horen zijn: wat maakt dat nu uit? Dat moet toch kunnen?  Elk mens moet zelf kunnen uitmaken wat goed voor hem is.