Tagarchief: Jezus

2.0 Jezus de komende


Je bent hier: Home » Jezus
Jezus de komende
Jezus de komende
Samenvatting van het Oude Testament is: Jezus de komende!

Als er ooit een management samenvatting van de Bijbel gemaakt moet worden, dan strijden Johannes 1:1-18 en Hebreeën 1:1-13 om die eer. Zij beschrijven Hij die was en is, Jezus de komende!

Wat een iconische majestueuze onvergelijkbare krachtige taal.          In een paar halen van de pen wordt in beide hoofdstukken onweerlegbaar imponerend, geen tegenspraak duldend, geschilderd. Zoals een modern schilder zijn verf tegen het canvas smijt en tegelijk als een romanticus het kleinste detail penseelt.

Je voelt je als de verstommende Job als je leest: “Tegen wie heeft God ooit gezegd . . . . . .!!??”

Zij beschrijven hoe de hele geschiedenis van God met de aarde is verlopen. En wat daar zonneklaar uitspringt is dat Jezus als het Woord van God, als de Zoon van God volkomen centraal staat. Jezus de komende!

Je kunt de geschiedenis niet beschrijven zonder deze hoofdlijn. Alles is door en uit en tot Jezus. Als je dat niet ziet of wenst te geloven, dan blijft de hele menselijke geschiedenis met en op deze planeet een volkomen raadsel. Het is Jezus de komende.


Openbaring 5:1-5

We zien daar God op de troon die met een boekrol de totale geschiedenis in Zijn hand houdt. En dan blijkt dat alleen Jezus deze beschreven geschiedenis mag ontvouwen.

Jezus wordt daar genoemd:

  • de Leeuw uit de stam van Juda,
  • de wortel (nageslacht) van David,
  • het Lam dat staat als geslacht met zeven horens en zeven ogen.

Door zijn dood is Hij overwinnaar, de grote Koning en Rechter. En Hij is de Beloofde uit de stam Juda, de grote Zoon van David. Met twee lijnen wordt Jezus hier door heel de geschiedenis heen geschetst.


Johannes 1:1-5+14-18

zegt dat door het woord van God alles is ontstaan en dat dat Woord vlees is geworden en onder ons heeft gewoond.

En ook hier weer één grote schets van de schepping tot aan de verschijning van Jezus hier op aarde. Tot dat moment leefden de mensen onder de wet, maar met zijn komst kwam de genade en de waarheid.


Hebreeën 1:1-13

gaat in op die periode waarin Jezus komende was. En die periode kenmerkte zich door dat God tot zijn volk sprak via profeten. Maar nu Jezus gekomen is, spreekt Hij tot ons door Zijn Zoon.


 

Vanaf de schepping tot aan Zijn komst op de aarde was Jezus de komende zoals beloofd, Genesis 3:15. Hij werd als het ware steeds zichtbaarder totdat Hij daadwerkelijk verscheen in het vlees.

Daarom wijzen alle profetieën in het Oude Testament direct of indirect naar Jezus. Dit, hetzij profeterend over zijn persoon en leven, hetzij over zijn koningschap en het rechter zijn om te oordelen.

Daarom zijn alle hoofdrolspelers in het Oude Testament geheel of gedeeltelijk beeld van Jezus de komende, als de beloofde Messias:

  • Abraham, Jozef en Mozes  zijn in hun bemiddelende rol typen van Jezus.
  • Jozua en de richters zijn typen van Jezus in hun verlossende rol.
  • In zijn koningschap in totale afhankelijkheid van God is David type van Jezus.
  • Als vredevorst is Salomo type van Jezus.
  • De (hoge-)priesters  zijn in hun verzoeningsrol typen van Jezus.
  • De profeten zijn in hun  doorgeven van de Woorden van God typen van Jezus.

 

waar we gaan kijken naar Jezus toen Hij gekomen was . . . . op aarde.


Uitstapje

De vraag kan opkomen of Jezus als Zoon van God wel naar de aarde was gekomen als Zoon des Mensen wanneer er geen zondeval was geweest.

Nou, niet om de zonde der wereld op zich te nemen. Maar wel, op het moment dat de scheppingsopdracht was vervuld door de mens, voor de bruiloft als de blinkende morgenster. Het moment dat alles zou worden teruggegeven aan de Vader.

Dus niet halverwege om in plaats van ons de scheppingsopdracht te vervullen zoals het nu is gegaan. Maar wel aan het eind van de tijd, zoals het nu ook zal gaan, om  aan een ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn, Op.22:12.

Want de aarde was woest en leeg. Op de aarde moest nog wel het Koninkrijk van God gevestigd worden. En zonder in zonde te vallen zou de mens dit ook gedaan hebben. Op het moment dat het Koninkrijk van God volledig op de aarde was gevestigd zou, net als nu, de tijd worden opgeheven en kregen we recht om te eten van de boom des levens. En dat moment is het moment van de Zoon van God die in al Zijn heerlijkheid Zijn bruid zou en zal ontvangen.

Vergeet niet dat de aarde ook voor de zondeval woest en leeg was, een totale chaos, vernietigd.
Het Paradijs, de hof van eden in het oosten,  was een beperkt en lokaal bruggenhoofd, een segment van Licht en Leven in een verder duistere woest en lege wereld, waar de mens werd geplaatst om van daaruit de aarde te gaan onderwerpen. Om het Koninkrijk van God te gaan vestigen.
Wanneer dat was gebeurd, misschien ook wel duizenden jaren later dan zou de Zoon een cruciale rol spelen in het in ontvangst nemen en geven aan de Vader. Want heel de schepping is door het Woord (de Zoon) van God tot stand gebracht. Dus zal ook de teruggewonnen aarde aan Hem teruggegeven worden.

De zondeval heeft geen enkele streep gezet door de ordening van God. Het Goddelijk samenspel is van eeuwigheid tot eeuwigheid hetzelfde. God is de Onveranderlijke.

3.1 Verschillende perspectieven in het boek Openbaringen


Je bent hier: Home » Jezus

Verschillende perspectieven of invalshoeken

verschillende perspectieven
De ruiters in de verschillende perspectieven

We moeten er op letten dat Johannes verschillende openbaringen krijgt. Dat betekent dat een nieuwe onthulling niet in tijd hoeft aan te sluiten bij het voorgaande. We zullen dan ook ontdekken dat heel de geschiedenis van de aarde vanuit verschillende perspectieven steeds opnieuw wordt beschreven, maar dat in die  beschrijving van die verschillende perspectieven, de nadruk steeds verder opschuift naar het einde van de geschiedenis.

Het begin van een nieuw perspectief op de beschrijving van de geschiedenis is eenvoudig te herkennen, doordat Johannes dat zelf aangeeft. Zie bijvoorbeeld 4:1 waar staat: Na deze zag ik . . . Dit is een begrijpelijk voorbeeld omdat hoofdstuk 2 en 3 duidelijk een aardse beschrijving geven van de gemeente en hoofdstuk 4 duidelijk een hemelse situatie beschrijft. Verder zijn deze perspectieven te herkennen aan het feit dat ze altijd beginnen met de beschrijving van Christus als Overwinnaar.

De volgende perspectieven, (dus omschrijvingen van de geschiedenis vanuit verschillende invalshoeken), zijn op die manier waar te nemen:

  1. De gemeente; 1:10 – 3:21
  2. Het aardrijk, de geschiedenis van de tijd, de fysiek waarneembare werkelijkheid; 4:1 – 11:19
  3. Het Babylonisch rijk, het door het rijk van satan geïnfiltreerde aardrijk, de geestelijke merkbare werkelijkheid; 12:1 – 19:21
  4. Het rijk van satan; 20:1 – 15
  5. Het eeuwig konink-rijk van God; 21:1 – 22:5

En let nu op:

Deze verschillende perspectieven zijn verschillende invalshoeken, maar gaan wel allemaal over wat is gebeurd vanaf het moment dat Jezus in het vlees verscheen tot aan het moment dat Hij in heerlijkheid verschijnt.

Dat betekent  dat ze op elkaar te leggen zijn !!! Dit geldt met name voor de perspectieven 2, 3 en 4. En dan gaan teksten elkaar uitleggen!!!  Het 2e perspectief beschrijft wat er in de fysieke werkelijkheid op aarde gebeurt, waarneembaar. Het 3e perspectief beschrijft wat er in de geestelijke wereld gebeurt, merkbaar. En het 4e wat in het rijk van satan gebeurt.

Zie het schema: openbaring schematisch.

In een apart artikel behandelen we het duizendjarig rijk.

Verschillende perspectieven, maar één en dezelfde Overwinnaar

Als we naar het schema kijken dan zien we onmiddellijk dat elk perspectief begint door Christus als het overwinnend Lam te schetsen. Wat een geweldige troost. Of het nu in onze werkelijkheid is, of in de hemelse gewesten of in het rijk van satan; Jezus is Overwinnaar. Aan Hem is alles onderworpen. Hij is de alfa en omega, het begin en het einde, Hij omvat alles. En dat vanaf het moment dat Hij riep: ” Het is volbracht.”

Dat wordt nog eens extra benadrukt bij het openen van de zegels van de boekrol, 6:1-2 en de totale wereld geschiedenis zichtbaar wordt. Als eerste verschijnt dan de ruiter op het witte paard die een kroon ontvangt en al overwinnend uittrekt over de aarde. Mocht het een vraag zijn of dat Jezus wel is, dan kijken we bij een ander perspectief op het zelfde moment, 19:11 en zien dat daar ook sprake is van de ruiter op het witte paard die vervolgens  het Woord van God wordt genoemd. Het is evident dat dit Jezus is. En zo legt het ene perspectief het andere uit. De hele wereld geschiedenis zoals die in hoofdstuk 6 wordt beschreven door opening van de zegels heeft maar een betekenis: het Lam is Getrouw en Waarachtig en velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid, 19:11-12.

Wat een geweldige troost, wat er ook door de overige ruiters wordt aangericht, dwars daardoor heen zie je door heel die wereldgeschiedenis dat Jezus overwinnaar is en blijft. Hij gaat ook voor die andere ruiters uit. Dit is wat we als eerste zien als we naar die wereldgeschiedenis kijken: Jezus, overwinnaar!!! En die overwinning wordt steeds zichtbaarder. In die zin loopt de wereld geschiedenis niet uit op een catastrofe, maar juist op de totale vestiging van Gods Koninkrijk op aarde.

Het Lam is geen weerloos lammetje. Door zich weerloos ter slachting te hebben laten leiden, is Hij nu de leeuw uit de stam Juda, de wortel van David, 5:5. Het lijkt dat de volken woelen, ze spannen samen en verzetten zich, maar God heeft ze aan zijn Zoon in bezit gegeven, Psalm 2. Wat een troost voor ons. Dwars door alle ellende, oorlogen en vervolging heen, mogen zijn kinderen weten dat Jezus toch de Overwinnaar in dit alles is.

En er komt  een nog grotere troost, want hoewel dit grote verdrukking door mensen is wat mensen door infiltratie van satan elkaar aandoen,  zullen de kinderen van God  de oordelen van God over deze goddeloosheid niet meemaken.

De drie verschillende perspectieven zijn daar heel duidelijk over. Voordat de oordelen worden ingezet:

  • wordt Israël verzegeld, 7:1-8 en 14:1-5 en 19:14;
  • en de schare die niemand kan tellen zal door het Lam zelf naar de waterbronnen van het leven worden geleid en God zal hun tranen van ogen afwissen, 7:9-17.
  • Zij zullen rusten van hun moeiten, 14:13.
  • Zij volgen Jezus op witte paarden en gehuld in wit en smetteloos fijn linnen, 19:14.

Maar daarna komen onafwendbaar de oordelen van God over de aarde, 8:1-9:21, 14:14-20, 19:15.

Naar de volgende pagina

De voleinding van deze wereld

In de voleinding zoals beschreven in Openbaring komt God tot zijn doel.

Heel Openbaring is het tonen van Jezus !

De voleinding
Jezus toont zich aan Zijn bruid

We willen in dit artikel ‘De voleinding’ gaan kijken naar een bijbelboek dat genoemd is: De openbaring van Johannes.

 De voleinding is de onthulling van Jezus

Die naamgeving: “De openbaring van Johannes”,  is onjuist. Hoofdstuk 1:1 zegt: Openbaring van Jezus Christus aan Johannes die Jezus weer van Zijn Vader had gekregen.

Dit is een belangrijk verschil als we de betekenis zien van het woord ‘openbaring’, namelijk ‘onthulling’. Een onthulling zoals een standbeeld wordt onthuld. Je haalt de bedekking weg die het standbeeld aan het oog onttrok. Bedenk dat het standbeeld er wel al is. Zo ook Jezus; Hij leeft, Hij is in het midden van de gemeente. Maar nu maakt God dat ook zichtbaar voor ons, hoe Hij altijd aanwezig is geweest en nog is.

En dat is niet Jezus in zijn vernederde staat zoals Hij bij de discipelen lijfelijk als mens aanwezig was, maar dat is de verheerlijkte Mensenzoon in al zijn glorie en luister, dat al zijn kwaliteiten uitdrukt. Jezus als overwinnaar vanaf het moment dat Hij uitriep: “Het is volbracht.’ Koning der Koningen en Heer de Heren.

En dat gegeven is fundamenteel bij het lezen van deze Openbaring: De Vader onthult Zijn Zoon, Jezus Christus. Hij maakt Hem zichtbaar. Hij laat zien wie Hij werkelijk is. Elk oog, ook zij die Hem doorstoken hebben, zullen Hem zien zoals Hij is en wie Hij werkelijk is, 1:7.

In 1:2 zegt Johannes dat ook: Hij, Johannes, getuigt van het Woord van God (d.i. Jezus) en hij getuigt van het getuigenis van Jezus. Namelijk: alles wat hij te zien kreeg. Dus alles wat hij te zien kreeg, ging over Jezus.

– – – – – – –

De belangrijkste sleutel voor een goed begrijpen van heel dit boek:

Alle in Openbaring aangehaalde citaten uit het Oude Testament  (en daar staat het vol van)  moeten dan ook in die betekenis gelezen worden, zoals zij die hebben in de Oud Testamentische context. Dat geldt voor uitdrukkingen, woord gebruik en getallen. 

Een afgeleide vraag daarvan, die altijd geldt bij  het lezen van de Bijbel is: hoe zullen de toenmalige christenen aan wie deze brief gericht was, de gebezigde uitdrukkingen begrepen hebben? 

Zoek de parallellen op hoe een getal of woord in het Oude Testament werd gebruikt en bedoeld.

Dit bewaart ons voor eigenmachtige uitleg, inlegkunde, en fantasieën over onze eigen tijd. Want elke tijd door de eeuwen heen, zal zich in deze openbaringen herkennen. Maar pas wanneer we de Oudtestamentische betekenissen er naast leggen, zullen we deze onthulling en het gebruik van symboliek werkelijk begrijpen.

– – – – – – –
 Wat er was(!) gebeurd, en ons staat(!) te wachten

Waarom onthult God de Vader Zijn Zoon Jezus?  Er staat: Om aan zijn dienstknechten te laten zien wat er met spoed moet gebeuren, 1:1. Dit boek is speciaal voor ons geschreven! Om het in de woorden van Jezus te zeggen: En nu heb Ik het u gezegd voordat het gebeurt, opdat u zult geloven, wanneer het gebeurt, Joh.14:29. (1a)

Doordat Jezus zichtbaar wordt, zien we wat er spoedig gebeurt. De geschiedenis wordt bepaald door Jezus. En dat klopt natuurlijk, want sinds Golgotha, toen Hij riep: het is volbracht, is Hij de Koning van deze wereld. Hij bepaalt de speelruimte, Hij bindt of laat los, 20:1-3.

In 1:10 staat dat Johannes in de geest op de bij de Heer horende dag(1b)  kwam en dan een stem achter zich hoort.  Met andere woorden: Johannes kijkt vanaf de oordeelsdag terug naar de geschiedenis. In die zin is het voor Johannes niet profetisch, maar een kijken naar wat reeds heeft plaatsgevonden!
Johannes kijkt niet vanaf zijn plaats in de tijd, tussen 60 en 68 na Christus in de toekomst, maar kijkt vanuit de toekomst terug naar wat is geschied. Pas wanneer hij (steeds bij de verschillende invalshoeken / perspectieven) het moment van het grote oordeel ziet, en daarna het nieuwe Jeruzalem ziet neerdalen, 21:1, krijgt hij een blik in de toekomst en profeteert hij.

Eigenlijk is dat laatste ook niet goed gezegd. Het geschieden is dan gestopt. Er is en het is geen toekomst. Er is een zijn. Johannes kijkt dan over de tijd en ziet het eeuwig leven. Zoals een ieder wanneer hij sterft uit de tijd overgaat in het eeuwig leven en direct “aankomt” op het moment van het oordeel en het nieuwe Jeruzalem. Wat Jezus ook van Abraham zegt dat Abraham Zijn dag heeft gezien (zie ook hier 1b).

-0-0-0-

Tegelijk is het volledige boek totaal profetie, zoals het zelf ook op vijf plaatsen zegt, 1:3; 10:11; 22:7, 10, 18-19. Maar profetie is dan ook niet zomaar alleen maar toekomst voorspellend. Profetie heeft altijd drie lagen met een vaste bedoeling.
De eerste laag is het beschrijven van de de situatie in de tijd waarin de profetie wordt geopenbaard.
De tweede laag is het beschrijven van de geestelijke wereld die daar achter ligt.
De derde laag is het beschrijven hoe de beschreven situatie vervuld wordt in Christus, hetzij ten leven hetzij ten oordeel.

En alles dient maar een doel en dat is de mens in zijn huidige situatie op te roepen tot gehoorzaamheid aan God. De mens in zijn hier en nu. Zie 1:3; 16:15b; 22:7b; 14b. Daarom is het getuigenis van Jezus de geest van de profetie, 19:10. Met andere woorden in alle profetieën gaat het om wat Jezus heeft gezegd. En dat is ons leven hier en nu, het omgaan met elkaar, met de wereld en in alles het dienen van God.

-0-0-0-0-

Maar . . . .

Vergeet nooit de drie lagen van profetie. En een van die lagen is de vervulling in de tijd dat deze werd uitgesproken.  Daarom profeteert Johannes hier ook over de verwoesting van Jeruzalem een paar jaar later. Ja, van het volk Israël als natie als het door de Oudtestamentische profeten en Jezus zelf aangekondigde oordeel over hun afval en afwijzing van de Messias.

Naar de volgende pagina

 


 

Noten:

(1a) Het is dus niet de bedoeling dat wij gaan rekenen en bepalen wanneer dingen gebeuren. Daarin zullen we God nooit kunnen voorspellen. Pas als het gebeurt, dan is het een bevestiging dat God dit reeds gezegd had.

(1b) De algemene uitleg van deze uitdrukking is dat dit de eerste dag van de week is, namelijk de dag waarop Jezus opstond uit de doden. Dit omdat Kuriakei (Heer) het  bijvoeglijk naamwoord is bij hemerai (dag).

Dit in tegenstelling tot 2Pet.3:10 waar Kuriou (Heer) als zelfstandig naamwoord na hemera (dag) volgt. De laatste uitdrukking  in Petrus gaat ontegenzeggelijk over de grote dag van de Heer waar Hij zal oordelen, zeker ook gezien het tekstverband en de verwijzing naar Joël 1:15.

De uitspraak “de eerste dag van de week” komt in de Bijbel twee keer voor. In Hand. 20:7 staat dat de discipelen op de eerste dag van de week bij elkaar kwamen om avondmaal te vieren. Uit het vervolg blijkt dat dit letterlijk in de avond was. Een dag begon de avond ervoor.  Dit avondmaal vond dus plaats op zaterdagavond. Het was dus letterlijk een avondmaal. 
In Hand.2:46 lezen we trouwens dat zij dagelijks bijeen kwamen en het brood braken. In 1Kor.16:2 verzoekt Paulus om elke eerste dag van de week iets opzij te leggen voor de inzameling van de heiligen te Jeruzalem, zodat dit niet in een keer hoeft te gebeuren bij zijn komst.
Nu wordt hier wel over de eerste dag van de week gesproken, maar niet over een dan gehouden samenkomst en ook niet van een collecte in een samenkomst, maar van een thuis sparen.
Maar wat belangrijker is:
tot het beruchte jaar 321 en nog decennia daarna vierden de messiasbelijdende Joden alsook de gelovigen uit de volken nog gewoon de Sabbat. Op het toen gehouden concilie van Nicea verbood keizer Constantijn het vieren van de Sabbat. Ook paus Innocentius verbood in de jaren 400 n.Chr. godsdienstige handelingen op de Sabbat. Blijkbaar werd die dus nog steeds gevierd.
Het verbieden van de Sabbatviering en de instelling van de zondag had maar een reden: elk verband met jodendom doorsnijden.  

Nergens wordt in de Bijbel de eerste dag ‘de Dag des Heren’ genoemd. De afschaffing van de Sabbat gebeurde eeuwen later. Het is dus buitengewoon onwaarschijnlijk dat de oude Johannes bij “de dag des Heren” dacht aan de eerste dag van de week. Het is bijbeluitleg op basis van onze preoccupatie.

Ik moet echter ook denken aan de uitspraak van de Here Jezus tegen de Joden: “Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd,” (Joh.8:56). Daar wordt dan weer van gezegd dat Abraham in de geboorte van Izak de geboorte van Jezus zag.

Maar de uitspraak van Jezus  tegen de Joden gaat over het feit of Abraham wel of niet gestorven is. Jezus had gezegd  dat wie Zijn woorden bewaart de dood niet zal zien. In dat verband zegt Hij dat Abraham feitelijk leeft – Zijn dag heeft gezien –  omdat Hij God geloofde. Elders zegt Jezus: God is een God van levenden. Toen Abraham stierf kwam Hij in eeuwigheid en zag hij de beloofde Messias waar hij zo naar had verlangd in al zijn heerlijkheid en luister als de Overwinnaar en Rechter der wereld.

En zo hebben we drie verschillende betekenissen: de dag waarop Jezus werd geboren, de dag waarop Jezus opstond uit de dood en de dag waarop Hij zal oordelen.  

De gangbare uitleg is ook helemaal niet zeker en valt zeker niet met andere schriftplaatsen te onderbouwen. Het lijkt gekunsteld en gezocht. De betekenis in Petrus is duidelijk en ook door iedereen geaccepteerd is.

Het lijkt mij het meest dicht bij de Schrift te blijven om op al deze plaatsen te begrijpen dat dit de oordeelsdag is. Dat is de dag van Jezus, Zijn dag, de dag die alleen bij Hem hoort, aan Hem is het oordeel gegeven, dan zal Hij in al zijn heerlijkheid en als overwinnaar, als rechter der wereld te zien zijn en optreden als de grote Autoriteit. En zo zag ook Johannes hem nu. De grote Autoriteit klaar om te oordelen. Dat zal verder ook blijken wanneer we ingaan op hoe Jezus aan Johannes verschijnt.

6.13 Jezus en echtscheiding

Je bent hier: Home » Jezus
Ontucht

Hoe verhouden Jezus en echtscheiding zich. Hij de Zuivere, de Reine. Die kwam voor heelheid.

Jezus en echtscheiding
Jezus en echtscheiding
In Mat.5:32 en 19:8 geeft Jezus aan dat alleen hoererij reden is voor verstoten. In het Grieks staat porneia dat letterlijk ‘ontucht’ betekent. Dat is meer dan overspel. Dat houdt allerlei zaken op seksueel gebied in.
Als er geen sprake is van ontucht en toch wordt verstoten, maak je dat er overspel gepleegd kan worden.

Dit omdat de huwelijkse band dan niet verbroken is.

Neemt Jezus afstand van het Oude Testament?
De scheppingsorde
De Farizeeën vragen de Here Jezus of het volgens Hem geoorloofd is je vrouw om allerlei redenen te verstoten.

De Here Jezus licht toe dat Mozes dat heeft toegestaan vanwege de hardheid van ons hart. Maar, zegt Hij, de scheppingsorde is dat man en vrouw voor het leven een verbintenis hebben.

De vraag is echter of de Here Jezus met deze verwijzing naar hoe het oorspronkelijk bedoeld was, ook de Oudtestamentische regeling afschaft.

Als dat het geval is, dan gaat in ieder geval Paulus buiten zijn boekje door echtscheiding in bepaalde situaties toe te staan.

De ware wet
Maar wat geldt is dat Jezus nooit een tittel of jota van de wet heeft ontbonden en zeker niet dingen zei die in strijd waren met zijn Vader.

Deze uitspraak deed Jezus in zijn toespraak (de bergrede) waarin hij het uiterlijk naleven van de wet verlegde. Hij verdiepte dit naar het naleven vanuit een diepe innerlijke overtuiging. Het naleven vanuit liefde naar de geest van de wet; liefde voor God en liefde voor de naaste.

De reactie van Jezus naar de Farizeeën is alleszins begrijpelijk wanneer we zien dat de Joden (met name de Sadduceeën) er lustig op los hadden gefantaseerd voor welke redenen je allemaal wel niet kon scheiden.

Vervolgens proberen de Farizeeën Hem nu met deze vraag in conflict te laten komen met Mozes. Dat was de achtergrond van de vraag! Ze stelden een strikvraag: om Hem te verzoeken, staat er bij.

(Zij zagen Jezus barmhartig omgaan met allerlei zondaren en tollenaars. Maar de wet van Mozes schreef toch steniging voor in het onderhavige geval. Dus hoe zou Hij zich daar uit redden?)

Kijken vanuit de oorspronkelijke bedoeling
En dan zegt Jezus, even wachten, terug naar het begin zoals het bedoeld was. Hij legt uit waarom “Mozes” de scheidbrief heeft gegeven. Namelijk, vanwege de hardheid des harten; gebrokenheid van het leven.

Daarvoor had Zijn Vader via Mozes reeds regels gegeven.

De Sadduceeën namen het ‘iets schandelijks’ als uitgangspunt om daarmee het recht van echtscheiding om allerlei redenen te claimen.

En dan zegt Jezus, nee, in de juiste volgorde: er is regelgeving voor de hardheid van hart, de gebrokenheid van dit zondige leven, waarvoor een scheidbrief gegeven moest worden,  maar . . . . . de bedoeling en eis is huwelijkse trouw.

(Dat verklaart ook waarom Hij hier tegen de Farizeeën, zo scherp en duidelijk antwoordt en tegelijk naar zondaressen in concrete gevallen zo zachtmoedig en expliciet niet veroordelend sprak(2).)

De noodzaak van de scheidbrief

Het feit dat overspel, of eigenlijk ontucht, apart door Jezus wordt genoemd, komt omdat er door overspel helemaal geen sprake meer is van een verbintenis. Dan werd er geen scheidbrief gegeven omdat er dan al sprake was van een scheiding en werd er gestenigd. (Dat werd in de tijd van Jezus overigens niet toegepast).

In alle andere gevallen is een scheidbrief noodzakelijk om de vrouw te beschermen tegen het kwaadwillig wegzenden door de man. Daardoor zou er namelijk sprake zijn van overspel bij een nieuwe verbintenis, omdat de oude nog niet was opgeheven.

 

Naar de volgende pagina waar we naar de uitspraken van Paulus over echtscheiding gaan kijken.


 

Noot:

(2) Denk aan de Samaritaanse vrouw die al met haar zesde man bezig was. Een niet-Israëlitische(!) vrouw die er een ongebreideld zondig leven op na hield. Haar keurt de Here Jezus waardig één van de mooiste uitspraken te doen die Hij ooit deed, Joh.4:14. Hij geeft haar een uitleg die Hij de discipelen zelfs nog niet had gegeven, Joh.4:23. En dat zonder haar te veroordelen, geen woord zelfs over haar levenswandel. Zelfs niet een “gaat heen in vrede en zondig niet meer”.