Tagarchief: kennismaken met de Bijbel

De Bijbelboeken van het Nieuwe Testament


Het pad is: Home » kennismaken met de Bijbel

 

Korte toelichtende samenvattingen


Evangeliën

De Bijbelboeken van het Nieuwe Testament beginnen met de vier evangelisten. Zij beschrijven ieder vanuit een eigen invalshoek het leven van Jezus hier op aarde. Van zijn geboorte, zijn optreden, lijden, sterven en opstaan  tot aan Zijn hemelvaart. Het zijn geen volledige en objectieve biografieën, omdat zij met een bepaald eigen doel hun evangelie schreven. De een vermeld een bepaalde gebeurtenis wel en een ander weer niet en soms worden gebeurtenissen in een andere volgorde vermeld.


1. Mattheüs

Legt de klemtoon op:

  • – het feit dat in Jezus alle Messiaanse profetieën zijn vervuld,
  • – dat Jezus het komende Koninkrijk en de grote Zoon van David is, de grote Koning.

Een zeer bekende tekst is 11:28-29:

“Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.

Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart;

En u zult rust vinden voor uw ziel;

Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”


2. Marcus

Legt de klemtoon op:

  • – de snelheid waarmee het Koninkrijk door Jezus met daadkracht baanbreekt. In vergelijking met de andere evangeliën verhaalt hij meer daden dan wat Jezus zei.
  • – dat Jezus is gekomen om te dienen, als Talja’, knecht, lammetje.

Een zeer bekende tekst is 10:45:

“Want de Zoon van de Mensen is niet gekomen om gediend te worden,

maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losprijs voor velen.”


3. Lucas

Legt de klemtoon op:

  • – de diepe menselijkheid van Jezus, te zien in veel verhalen die vaak  alleen Lucas vermeldt,
  • – de enorme bewogenheid van Jezus voor verloren, afgewezen, onder druk gezette, kapotgaande mensen.

Zeer bekende teksten zijn 5:31-32 en 19:10:

“Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.”

“Want de Zoon van de mensen is gekomen om wat vernietigd en verloren is te zoeken en te redden.”


4. Johannes

Legt de klemtoon op:

  • – Jezus als het vleesgeworden Woord van God.
  • – Jezus als de Christus, de Zoon van God.
  • – Dat wij door te geloven leven hebben in Hem!

Misschien wel de meest bekende tekst uit de Bijbel staat in 3:16:

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

En dan volgen nog twee verzen, minder bekend, maar net zo belangrijk en troostvol:

“Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.”

En:

“Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld.”

Sleutelwoorden bij Johannes zijn: waarheid, liefhebben, geloven.


 

Handelingen van de apostelen

Geschreven door Lukas aan Teofilus.

5. Handelingen

Het is een vervolg op het evangelie van Lukas. Hierin beschrijft Lukas hoe het evangelie zich in de wereld verbreidde. Daarbij is het volgende patroon te zien:

wonder-prediking-bekering-vervolging-uitbreiding

Na de beschrijving van de uitstorting van de Heilige Geest, staat het optreden van de apostelen in Jeruzalem centraal, waarbij Petrus de hoofdpersoon is. Petrus die gaandeweg ook buiten Jeruzalem optreedt.

Geschetst wordt hoe door de uitstorting van de Heilige Geest mensen totaal veranderen.  De uitstorting zelf was al zeer duidelijk: er was een geweldige windvlaag, je zag vuurtongen aan de discipelen en iedereen kon hen in zijn eigen taal verstaan.

Maar het had ook  grote invloed op het leven van de gemeente. Zij bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen, om een hechte gemeenschap te zijn en naar elkaar om te zien, door steeds het avondmaal te vieren, en voortdurend met elkaar te bidden. Op een gegeven moment werd tijdens zo’n gebed zelfs de grond bewogen zo krachtig was de aanwezigheid van de Heilige Geest.

Daarna wordt verteld van de bekering van Saulus die in eerste instantie de gemeente vervolgde om vervolgens de grote zendeling te worden. Drie zendingsreizen van deze Saulus, nu Paulus geheten, worden beschreven; hoe hij overal nieuwe gemeenten stichtte. In Turkije, Griekenland en uiteindelijk in Rome.


 

 

Brieven van Paulus

Genoemd naar de gemeente of de persoon aan wie geschreven is.

6. Romeinen

Hierin geeft Paulus een uitvoerige uitleg van geloofskwesties:

  • Geen mens kan uit zichzelf voldoen aan de maatstaf van God,
  • Daarom kan God de mens veroordelen, maar Hij wil hem behouden,
  • Door het geloof in Jezus Christus komt de mens met God in het reine,
  • Door de Geest van God wordt de mens bevrijd uit de macht van de zonde,
  • De bedoeling van de wet en de kracht van de Geest,
  • Welke plaats joden en heidenen hebben in het plan van God met de mensheid,
  • Hoe leef je als christen als antwoord op wat Jezus voor je gedaan heeft.

Zeer bekend is de uitspraak in 1:17: “De rechtvaardige zal door het geloof leven.”


7. 1 Korinthe

Paulus gaat in op allerlei kwesties die in deze gemeente speelden:

  • de onderlinge verdeeldheid, maar dat we een dienen te zijn in Christus,
  • ondanks de  vele gaven is dat geen reden tot hoogmoed,
  • ontucht in de gemeente dient aangepakt te worden,
  • liever onrecht lijden, dan je recht bij een ongelovige rechter halen,
  • richtlijnen voor het huwelijk,
  • rekening houden met het geweten van de ander, en doe alles tot eer van God,
  • richtlijnen voor het vieren van heilig avondmaal,
  • uitleg m.b.t. de geestelijke gaven en hoe daarmee om te gaan in de samenkomst,
  • samenvatting van de opstanding van Christus en die van ons.

Zeer bekend is hoofdstuk 13 waarin de weg van de liefde wordt behandeld.


8. 2 Korinthe

Dit is een brief waarin Paulus grotendeels zijn optreden verdedigd, omdat hij daarop is aangevallen door sommigen in deze gemeente. Maar door alles blijkt zijn liefde voor hen.

Bekend is 5:14-21 waar wordt gesmeekt je met God te verzoenen.


9. Galaten

In deze brief verzet Paulus zich fel tegen joods-christelijke predikers die zeiden dat pas door de besnijdenis en naleving van de wet van Mozes de mens deel kan krijgen aan het heil. Die opvatting tast het hart van het evangelie aan, namelijk dat nu het heil komt door het geloof in Christus en er in Hem juist vrijheid is.

Zeer bekend is het hoofdstuk 5 waarin de vrucht van de Geest wordt behandeld.


10. Efeze

In deze brief gaat Paulus in op de eenheid in verscheidenheid in de gemeente en het nieuwe leven van een christen.

Zeer bekend is het hoofdstuk 6 waarin de geestelijke wapenrusting wordt behandeld.


11. Filippenzen

De toon van deze brief is hartelijk en ongedwongen. Er staan prachtige teksten in.

Vooral hoofdstuk 2 is bekend vanwege de oproep de ander uitnemender te achten dan zichzelf en dat uitmondt in een lofzang over de gezindheid van Christus.


12. Kolossenzen

Paulus wijst in deze brief met name op aanwijsbare bedreigingen.

In hoofdstuk 1 schetst hij prachtig de plaats en positie die Christus van God heeft gekregen, zowel als belangrijkste van de hele schepping als wel als Hoofd van de gemeente.


13. 1 Thessalonicenzen

Hier legt Paulus een en ander uit over de terugkomst van Christus.


14. 2 Thessalonicenzen

De eerste brief heeft blijkbaar nog steeds de verwarring over de wederkomst van Christus niet kunnen wegnemen. Daarom wordt in deze brief daar nogmaals op ingegaan.


15. 1 Timotheüs

Paulus vraagt de jonge Timotheüs nog wat langer in de gemeente te Efeze te blijven om nog een en ander recht te zetten.

Hij geeft richtlijnen hoe om te gaan met:

  • valse en ware leer, dwaalleraars,
  • dank en het gebed,
  • de aanstelling van oudsten, opzieners en diakenen,
  • de taak van Timotheüs,
  • ouderen, jongeren, weduwen en slaven,
  • rijkdom.

16. 2 Timotheüs

Deze brief is wat persoonlijker aan Timotheüs gericht. Maar ook de waarschuwing tegen dwaalleraars en misleiders ontbreekt niet.


17. Titus

Zoals Timotheüs in Efeze nog een en ander in orde moet maken, zo helpt Titus op Kreta bij de verdere opbouw van de gemeente. Dus ook hier richtlijnen voor:

  • – de aanstellingen van oudsten,
  • – het omgaan met ouderen, jongeren, slaven.

18. Filemon

Dit is de meest persoonlijke brief van Paulus, met grote fijngevoeligheid geschreven. Paulus vraagt aan Filemon de bij hem weggelopen slaaf Onesimus weer in dienst te nemen. Onesimus is tot bekering gekomen en Paulus vraagt Filemon hem als een broer in het geloof te verwelkomen.


 

Brief aan de Hebreeërs

19. Hebreeën

Deze brief richt zich tegen Joodse christenen die het gevaar lopen door vervolging en valse prediking het nieuwe geloof in Christus of zelfs in God op te geven.

De schrijver hamert erop dat het Nieuwe Verbond zoveel beter is dan het Oude Verbond dat God met Israël had gesloten, omdat Christus ver boven de profeten, priesters en engelen van het Oude Verbond verheven is.

Wel roept hij op om een voorbeeld te nemen aan de vele geloofsgetuigen uit het Oude Verbond.

Zeer bekend is dan ook hoofdstuk 11 waar deze grote “wolk” van getuigen met hun geloofsdaden opgesomd wordt.

Dit hoofdstuk begint met de prachtige woorden: “Het geloof nu is de zekerheid van de dingen die je hoopt, en het bewijs van de dingen die je niet ziet.”

Het is de krachtigste samenvatting van wat geloven is, namelijk: een zeker weten en een vast vertrouwen dat alles wat God zegt en belooft in Zijn Woord betrouwbaar en waar is.


 

Algemene rondzendbrieven

20. Jakobus

Zeer waarschijnlijk een broer van de Here Jezus, die pas later Jezus erkende als Zoon van God en in de eerste gemeente een belangrijke plaats innam.

Het is een verzameling van spreuken, goede raadgevingen, en terechtwijzingen.

Wat uit zijn brief vooral naar voren komt is dat een geloof zonder daden een dood geloof is.


21. 1 Petrus

Petrus steekt de gelovigen die in moeilijke omstandigheden zijn een hart onder de riem.

Petrus roept ons hier op om ons als levende stenen te laten gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis. Van dit huis is Jezus de kostbare hoeksteen.


22. 2 Petrus

Hier roept Petrus de gelovigen op vast te houden aan geloof en niet te twijfelen aan de terugkomst van Jezus. Het feit dat het lang lijkt te duren komt niet omdat God treuzelt, maar omdat Hij geduld heeft met de mensen die nog niet geloven.


23. 1 Johannes

Johannes gaat in tegen mensen die denken dat als je kind van God bent je geen zonde meer kent. Ook geeft hij aan dat als je elkaar niet liefhebt, je daarmee ook God niet liefhebt. Aan de liefde naar elkaar kan iemands geloof getoetst worden. Bekend is zijn tekst dat God liefde is en dat die liefde angst uitdrijft.


24. 2 Johannes

Is een korte samenvatting van de eerste brief.


25. 3 Johannes

Johannes schrijft over een conflict met Diotrefes en roept de hulp in van Gajus.


26. Judas

Deze Judas zal een broer van de Here Jezus zijn geweest.

Het is een strijdbrief omdat het overgeleverde geloof gevaar loopt. Mensen lijken de vrijheid die zij Christus hebben te misbruiken.


 

Het apocalyptische of eschatologische geschrift

27. Openbaring aan Johannes

Dit boek is voor de meeste mensen een moeilijk boek. Er wordt veel symboliek in gebruikt en tegelijk gaat het ook over reële dingen.

Wat belangrijk is, is dat in alles Jezus als Overwinnaar zichtbaar is en dat Hij de mensen die in geloof Hem hebben aanvaard, behoedt tegen de vreselijke oordelen die over de wereld komen.

Het boek begint met een aantal aansporingen en bemoedigingen voor de gemeente.

Met een aantal verschillende perspectieven wordt vervolgens de wereldgeschiedenis geschetst.

Het eindigt met het tonen van het nieuwe Jeruzalem dat neerdaalt op de nieuwe aarde en er vanaf dat moment geen zonde, ziekte of dood, geen nacht, niets onreins of vervloekts meer is. Maar ook geen zee, tempel, zon en maan meer, omdat God zelf dan onze tempel is en Zijn heerlijk zelf ons verlicht.

En uit de troon van God stroomt een rivier van levend water helder als kristal. En midden in de stad staan aan weerszijden van de rivier en midden op haar straat, staan de bomen van het leven waardoor wij als koningen eeuwig zullen leven.

Ten slotte belooft Jezus spoedig te komen.


 

Zie voor een nadere uitleg van de vier evangeliën de artikelen onder het kopje  “onderweg“.

Zie voor een nadere uitleg van het boek Openbaring aan Johannes de artikelen onder het kopje “De voleinding.”

De Bijbelboeken van het Oude testament


Het pad is: Home » kennismaken met de Bijbel

 

Korte toelichtende samenvattingen


Het Oude Testament wordt door Joden aangeduid met TeNaCH.

TeNaCH is een Hebreeuws acroniem dat is gevormd uit de eerste letters van de drie onderdelen waaruit het is opgebouwd:

  1. T van Thora (Wet)
  2. N van Nevie’iem (Profeten)
  3. CH van Ketoeviem (Geschriften).

Het is een andere indeling dan wij kennen. Hieronder volgt de indeling zoals wij die kennen.


De Vijf boeken van Mozes, de Thora (Pentateuch):

 

1. Genesis (Ontstaan, wording, oorsprong, geboorten) beschrijft:

  • de schepping van de hemel, aarde en de mensheid,
  • de zondeval,
  • de verbondssluiting met Abraham,
  • het ontstaan van het volk Israël.

2. In Exodus (Uittocht, verlossing) is Mozes de centrale figuur en beschrijft:

  • de bevrijding van Israël uit de macht van Egypte,
  • de 40-jarige woestijnreis,
  • de verbondssluiting van God met Israël en het geven van de tien geboden en andere voorschriften,
  • de bouw van de tabernakel als woning voor God.

3. Leviticus (Hechting, verbinding) is het hart van de Thora met de grote verzoendag als hoogtepunt. Het is dus eigenlijk het hart van God. God maakt het mogelijk via leefregels om een liefdesrelatie met Hem te hebben.

Het bevat de voorschriften voor:

  • De priesters en de Levieten, afstammelingen van Aäron,
  • Het heiligdom, wat is rein en wat onrein,
  • De eredienst
  • Het godsdienstig leven, wat is een heilig leven

4. Numeri (Getallen, Verwijst naar twee volkstellingen) beschrijft de lotgevallen van Israël tijdens de woestijnreis en de daarop volgende intocht in Kanaän, het Beloofde Land.


5. Deuteronomium (Tweede wet) is een terugblik van Mozes. Daarmee veel herhalingen uit de eerdere boeken, maar dan op een rijtje gezet met uitleg en toepassing.

Als laatste vermeldt het de opvolger van Mozes, Jozua, en het sterven van Mozes.


 

De acht geschiedkundige boeken:

6. Jozua beschrijft:

  • – de intocht in Kanaän,
  • – De verdeling van Kanaän over de twaalf stammen,
  • – Afscheidsrede en sterven van Jozua

7. Richteren (rechters, leider). Deze personen traden op in noodsituaties als redders. Wanneer het volk afdwaalde van het dienen van God, dan liet God het toe dat omringende volken hen bestreden. Wanneer het volk tot inkeer kwam, trad een richter op die redding bracht.

Het laat echter ook zien dat zonder duidelijke leiding het volk snel moreel vervalt en iedereen maar deed wat in eigen ogen goed was.


8. Ruth. Bij een hongersnood vertrekken Naomi, haar man en twee zonen naar Moab. Daar trouwen de beide zonen. De man en de twee zonen overlijden. Naomi keert terug naar Israël. Aanvankelijk gaan de twee schoondochters mee. Maar halverwege maant Naomi hen terug te gaan naar hun eigen land. Echter Ruth wenst absoluut mee te gaan. Zij doet dat met onder andere de woorden: “. . . . Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God . . . . .”.

Uiteindelijk trouwt Boaz haar. Daarmee werd Ruth zelfs voorouder van Jezus.


9. 1 en 2 Samuël (is de laatste richter)

1 Samuël beschrijft:

  • het optreden van Samuël als politiek en godsdienstig leider en het ontstaan van het koningschap,
  • de aanstelling van Saul als koning en zijn neergang,
  • dat gehoorzaamheid aan God voorspoed brengt en ongehoorzaamheid onheil tot gevolg heeft.

2 Samuël beschrijft:

Koning David als een man van groot geloof en een intense toewijding aan God, maar ook als een meedogenloze moordenaar. Tegelijk, als hij op zijn zonden wordt gewezen, vernedert hij zich en belijdt hij zijn schuld. Daarom noemt God hem toch een man naar Zijn hart, 1Samuel 13:14; Handelingen 13:22.


10. 1 en 2 Koningen (koningsgeschiedenissen)

1 Koningen beschrijft:

  • de tempelbouw door Salomo,
  • de tweedeling van Israël en Juda,
  • de geschiedenissen van de koningen,
  • met grote nadruk de rol van de profeten die de koning en het volk en Woord van God bekend maakten en vaak waarschuwend moesten optreden.

2 Koningen beschrijft:

  • de verdere geschiedschrijving van de koningen van Israël en Juda,
  • de voortdurende ontrouw aan God met als gevolg:
  • de wegvoering in ballingschap,
  • de verwoesting van Jeruzalem en de tempel.

11. 1 en 2 Kronieken (koningsgeschiedenissen van Juda)

1 Kronieken beschrijft:

  • een beknopt overzicht van de geschiedenis van Adam tot David,
  • het koningschap van David,
  • de voorbereiding van de tempelbouw.

2 Kronieken beschrijft:

  • het koningschap van Salomo
  • het koninkrijk Juda

12.  Ezra en Nehemia beschrijven de terugkeer uit ballingschap en de herbouw van de tempel en de stadsmuur.

Ezra was een priester en deskundig in de wet van Mozes en trad op tegen overtredingen daartegen, met de gemengde huwelijken.

Nehemia geeft met name leiding aan de herbouw en de vernieuwing van het godsdienstig leven.


13. Esther beschrijft het verhaal dat een joods meisje dat tijdens de ballingschap in Perzië koningin wordt. Zij weet met gevaar voor haar leven (“Kom ik om, dan kom ik om”) het uitroeien van haar volksgenoten te voorkomen.


 

Vijf dichterlijke boeken:

14. Job. Dit boek wordt gerekend tot de klassieken van de wereldliteratuur vanwege de beeldrijke taal, de prachtige poëzie, maar vooral vanwege het feit dat de vraag naar de zin van het lijden en de rol van God daarbij diepgaand aan de orde komt.


15. Psalmen(liederen bij snarenspel) Dit boek wordt wel het troostboek genoemd. Dit omdat in de psalmen op diep-menselijke wijze wordt bezongen wat mensen ervaren in hun relatie met God en God regelmatig wordt gevraagd waarom die dingen gebeuren en waarom Hij niet ingrijpt. Maar zij eindigen toch allemaal (m.u.v. Psalm 88 het gedicht van Heman) met een lofzang op God omdat Hij uitredt.

Zeer bekend is psalm 23: “De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.”


16. Spreuken bevat allerlei wijsheid spreuken van praktische aard over levenskunst en levenshouding. De hoogste wijsheid is echter een levende relatie met God.

Bekend is hoofdstuk 31: Het loflied op de goede vrouw.


17. In Prediker wordt diep nagedacht over de zin van het Leven. “Alles is ijdelheid” , behalve ontzag voor God en het houden van Zijn geboden.


18. Hooglied is een verzameling liefdesliederen waaruit blijkt dat liefde en erotiek zeker geen taboe zijn voor God.


 

 

De profetische boeken.

– De vijf grote profeten

19. Jesaja bevat grotendeels een verzameling profetieën, waarbij de waarschuwing is dat Israël op de Here moet vertrouwen en niet op bondgenootschappen met andere volken.

Zeer bekend is hoofdstuk 53 waar over het lijden van Jezus wordt geprofeteerd.

Maar ook hoofdstuk 61 waarin zo enorm de liefde van God spreekt als daar wordt beschreven waarom Jezus voor ons leed.


20. Jeremia bevat naast veel profetieën ook veel informatie over Jeremia zelf. Hij lijdt eronder dat het volk niet luistert en maakt mee dat zijn waarschuwende profetieën uitkomen: de verwoesting van de tempel en de wegvoering van het volk in ballingschap.

Zeer bekend is hoofdstuk 31 waar geprofeteerd wordt over het nieuwe verbond dat God zal sluiten en dat dan ook wordt aangehaald in het Nieuwe testament, Hebreeën 8 en 10.


21. Klaagliederen is een verzameling van vijf gedichten waarin wordt geklaagd over de verwoesting van Jeruzalem en de grote nood van de achterblijvers.


22. Ezechiël waarschuwt in eerste instantie voor de gevolgen van de afval van God. Wanneer Jeruzalem toch verwoest wordt en het volk in ballingschap gaat, troost hij het volk en spreekt hen moed in. De visioenen die hij beschrijft zijn erg moeilijk.

Hij legt sterk de nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk mens.


23. Daniël bevat zes verhalen over Daniël en zijn vrienden die in hachelijke situaties gered worden door hun trouw en gehoorzaamheid aan God.

Zeer bekend zijn de uitleg van de droom over het beeld, Daniel in de leeuwenkuil en de vrienden in de brandende oven waaruit zij allemaal ongedeerd uitkomen.

Het boek bevat ook vier visioenen die symbolisch weergeven de opkomst en het verval van een aantal wereldrijken.


 

– En de twaalf kleine profeten:

24. Hosea. Het alles beheersende thema in dit profetisch boekje is de gekwetste liefdesrelatie tussen God en Israël. Hosea moet dat op onconventionele wijze uitbeelden door met een prostituee te trouwen.


25. Joël is bekend door de profetie over de komst van de Heilige Geest.


26. Amos is bekend om de profetie: Als de leeuw brult, wie zou niet vrezen?  Als God de Heer spreekt, wie zou niet profeteren?”


27. Obadja is bekend door de profetie dat op de berg Sion ontkoming zal zijn.


28. Jona. In dit verhaal wordt duidelijk dat een profeet niet aan de opdracht van God kan ontkomen en ook dat een mens geen grens kan en mag trekken aan de genade van God voor mensen.

Bekend is het feit dat Jona drie dagen en nachten in de buik van een vis heeft gezeten. Later zal de Here Jezus dat aanhalen om aan te geven dat Hij drie dagen en nachten na zijn sterven weer zou opstaan uit de dood.


29. Micha.  Zeer bekend is de profetie over de geboorte van de Here Jezus:

“En u, Bethlehem-Efrata, al bent u klein onder de geslachten van Juda, uit u zal voortkomen Die een heerser zal zijn in Israël.”


30. Nahum. Hoewel bij Jona de Assyrische hoofdstad Nineve zich bekeert en God niet straft, kondigt God hier de definitieve ondergang van Nineve aan. Juda wordt getroost en moed ingesproken dat aan de macht van Assyrië een eind komt.


31. Habakuk worstelt met de vraag waarom God het lijden van onschuldigen toelaat. Toch troost hij met de gedachte dat aan dit lijden een einde komt als zij de Here trouw blijven. Dan kan het oordeel over de onderdrukker niet uitblijven.

Ontroerend is zijn prachtige gedicht dat eindigt met:

  • Al zal de vijgenboom niet bloeien
  • En er geen vrucht aan de wijnstok zijn,
  • Al wordt er geen olijf geplukt
  • En geven de akkers geen voedsel meer,
  • Al zal er geen schaap meer in de kooi zijn
  • En geen koe meer in de stal,
  • Nochtans zal ik juichen om de Here;
  • Jubelen in de God van mijn heil.
  • Want de Here is mijn bevrijder!
  • Hij maakt mij sterk,
  • Hij maakt mij snel als een hert,
  • Met Hem beklim ik elke hoogte.

32. Zefanja Na een krachtige oproep tot bekering besluit hij dat de Here zelf de volken reine lippen zal geven. Hij zal zich een toegewijd volk maken. Dus juich Israël, want God heeft jullie straf ingetrokken.


33. Haggaï profeteert over de herbouw van de tempel.


34. Zacharia profeteert over het komende vrederijk. De grote ijver van God voor Sion. Hij accepteert de aanklacht van satan niet over de zonden van zijn volk en zegt de hogepriester Jozua schone feestkleren aan te trekken.


 

35. Maleachi laat de liefde van God voor Israël zien.

Daarom gaat het hem om de zuivere eredienst en handhaving van de joodse identiteit. Hij profeteert van Johannes als voorloper van de Here Jezus.


 

Naar de volgende pagina voor het overzicht van de boeken in het Nieuwe Testament.

 

 

Het Oude Testament


Het pad is: Home » kennismaken met de Bijbel

 

Het eerste gedeelte van de Bijbel wordt ook wel genoemd “Het Oude Testament”, de “Joodse of Hebreeuwse Bijbel”, of “Het Oude Verbond”. Die laatste naam is ontleend aan 2Korinthe 3:14.

 

Thora

Dat begint met de vijf boeken die door Mozes zijn geschreven, de Pentateuch. De Joden noemen die de Thora, ofwel leer of onderwijzing, vaak als “de wet” aangeduid.

Daarin staan allerlei wetten en voorschriften. Geen droge opsomming, maar leefregels ter bevrijding die een goede omgang met God mogelijk maken.

Profeten

Dan krijg je de vroege en late profeten. De joden noemen die de Nebiim. Daarin wordt uitgelegd hoe de leefregels en wetten van de Thora in het dagelijkse leven worden toegepast.

Geschriften

Ten slotte krijg je de geschriften, door de Joden de Chetoebim genoemd. Het is een verzameling van poëzie en verhalen.

Als je de beginletters neemt krijg je TeNaCH. En zo noemen de Joden dan ook het Oude Testament.

De TeNaCH zoals de Joden deze gebruiken, en het Oude Testament zoals christenen deze gebruiken, lijken veel op elkaar. Met dit verschil dat de volgorde van de boeken verschillend is en de indeling van sommige boeken iets anders. De tekst is identiek.


 

Schepping

Het Oude Testament begint met het beschrijven van de schepping van de hemel en de aarde door God en eindigt met de situatie van het volk Israël in pakweg 300 voor Christus.

Nadat God alles volmaakt en goed geschapen had, gaat het volledig mis door een daad van ongehoorzaamheid van Adam en Eva. De aarde is daardoor vervloekt en de mens ten dode opgeschreven.

Messias

God belooft echter de aarde en de mens hieruit te redden. Daarvoor zal Zijn Zoon die Hij daarvoor aanwijst (Gezalfde = Messias) naar de aarde komen als mens (Zoon des Mensen). Om als mens naar de aarde te komen, kiest God het volk Israël  uit om uit geboren te worden.

Wanneer deze Messias deze reddingsactie volbrengt, zal Hij de Koning zijn. Maar niet op onze manier koning, maar op Gods manier. Dat is niet door geweld of wapens, maar door de liefde en dienaarschap, in de Geest van God.

Israël

Het Oude Testament gaat voornamelijk over alles rondom dit volk en de voortdurende belofte van de komst van deze Messias.

Tussen de geschiedenisverhalen in staan:

  • boeken met uitleg over hoe God wilde dat Israël zijn samenleving organiseerde (geen uitbuiting, geen misbruik van vrouwen, bescherming van vreemdelingen, regels voor de godsdienst, regels voor de positie van de koning en nog veel meer);
  • boeken vol liederen, gedichten en wijsheidsliteratuur (Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied);
  • en ook profetische boeken.

Veel profetieën gaan over een koning die zal komen, de gezalfde van God (Messias), die ook zelf God zal zijn, en die alles weer goed zal maken tussen God en zijn volk.

Tegelijk kreeg vooral de profeet Jesaja ook inzicht van God over een ‘Knecht’ die komen zou, en die veel lijden zou moeten ondergaan om Israël te verlossen.

De grote verrassing voor de Joden in de dagen van Jezus was dat Jezus duidelijk maakte dat beide profetieën op Hém sloegen: Hij was zowel de beloofde Messias, de Koning, als ook de lijdende Knecht.

Zijn koningschap zou bestaan uit dienstbaarheid, nederigheid en zorgzaamheid. Maar daar begrepen zelfs zijn meest directe volgelingen niets van. Die dachten en hoopten dat hij hen met macht en geweld zou bevrijden van de Romeinse overheersing.

 

Naar de volgende pagina de (de boeken van) het Nieuwe Testament uitlegt.

 


*** Bovenstaande tekst is grotendeels van Rien van den Berg.

 

 

Kennismaking met de Bijbel


Het pad is: Home » kennismaken met de Bijbel

 

Een eerste kennismaking met het boek dat heet: De BIJBEL! Wie kent hem niet. En toch blijkt het nodig: een kennismaking met de Bijbel.

kennismaking met de Bijbel
Begrijp ik wat ik lees?

De Bijbel

Het woord “Bijbel is afgeleid van het Griekse woord ‘Biblia’ dat “boeken” betekent.

De Bijbel lijkt één groot dik boek, maar het is in feite een grote verzameling geschiedenissen, verhalen, liederen en brieven, opgeschreven in allerlei verschillende boeken

Deze Bijbelboeken zijn op zeer verschillende tijden en plaatsen in de loop van verschillende eeuwen, door totaal verschillende schrijvers geschreven. De schrijvers waren boeren en prinsen, herders en koningen, vissers en wetgeleerden.

Dat betekent dat elk Bijbelboek een verschillende stijl heeft.

Toch zijn al die boeken bij elkaar gekomen en gebleven, omdat al die boeken zijn geschreven onder leiding van de Geest van God.

Het woord ‘Bijbel’ duidt dan ook de eenheid van die boeken aan.

De Bijbel wordt ook wel “de Heilige Schrift” genoemd.


 

Twee delen

Deze verzameling van boeken, die we dus bij elkaar de Bijbel noemen, bestaat uit twee delen.

Een gedeelte dat geschreven is vòòr de geboorte van de Here Jezus. Dat noemen we het Oude Testament (39 boeken).

En een gedeelte dat geschreven is na Zijn geboorte, het Nieuwe Testament (27 boeken).

De Joden erkennen wel dat Jezus geboren is, maar erkennen niet dat Hij de in het eerste gedeelte beloofde Verlosser is. Daarom erkennen zij dan ook niet dat tweede gedeelte van de Bijbel.

Christenen geloven wel dat Jezus die beloofde Messias is en erkennen dan ook alles wat na zijn geboorte over Hem geschreven is in het tweede gedeelte.


Het Woord van God

De Bijbel wordt erkend als het Woord van God zelf. Als je de Bijbel leest, ontdek je wat God tegen je zeggen wil.

De Bijbelboeken zijn in de loop van vele eeuwen steeds overgeschreven. Daardoor staan er soms wel kleine verschrijvingen in de tekst. Maar veel minder dan je zou verwachten: de Bijbel is kennelijk altijd met het grootste respect en met indrukwekkende zorgvuldigheid behandeld door de overschrijvers. Ze hebben de boeken overgeschreven in het besef dat dit het betrouwbare Woord van God zelf was.

Een cruciale tekst in dit verband staat in 2Petrus 1:20-21:

“Vergeet vooral dit niet: geen enkele profetie uit de Schrift kan door iemand eigenmachtig worden verklaard.

Een profetische boodschap is nooit ontstaan omdat een mens dat wilde. 

Mensen die namens God spraken, werden altijd gedreven door de Heilige Geest.”

En daarom geloven wij dat de Bijbel het volkomen betrouwbare Woord van God is.


Vertalingen

Nu is het wel zo dat het Oude Testament in het Hebreeuws is geschreven, op een paar kleine stukjes na die in het Aramees zijn geschreven. En het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven.

Dat betekent dat, wanneer we de Bijbel in het Nederlands lezen, wij altijd in ons achterhoofd moeten houden dat het een vertaling is.

Verschillende vertalingen vergelijken en kennisnemen van de grondtekst is daarom wel belangrijk.

 

Naar de volgende pagina dat (de boeken van) het Oude Testament uitlegt.

De verbonden en de doop

In het kader van de verdediging van de kinderdoop wordt wel gezegd, dat God onveranderlijk is. Dat zijn verbond met Abraham ook voor de gelovigen uit de heidenen geldt met verwijzing naar psalm 105:8 en Gen.17:7. Dit, omdat Petrus dat ook zou zeggen in Hand. 2:39. Op basis hiervan wordt dan gezegd dat de doop dus in plaats van de besnijdenis is gekomen. Dus aan kinderen uit gelovige ouders bediend moet worden. Nu hebben de verbonden en de doop onlosmakelijk met elkaar te maken, maar gooi de verbonden niet door elkaar.

De doop
De doop
De verbonden en de doop
Kinderdoop

De stelling dat de doop in plaats van de besnijdenis is gekomen, gaat volkomen mank, omdat:

  1. De belofte die God Abraham doet, zijn nageslacht geldt, Israël. Dat wij door het geloof ook tot nageslacht van Abraham worden gerekend, Gal.3:7, zegt op zichzelf al dat dit dus niet door geboorte zo is, maar door het geloof. Dat kan dus niet een baby betreffen. Zie ook Joh1:12-13. Deze tekst zegt het helemaal klip en klaar, (speciaal voor kinderdopers geschreven): niet door de wil van een man, niet uit bloed, maar die uit God geboren zijn, hebben macht kinderen van God te zijn.
  2. God allerlei verbonden heeft afgesloten die nooit het zelfde doel of teken hadden. Dat zegt niets over de onveranderlijkheid van God. De verbonden dienen hun eigen doel.
  3. Dat wat Petrus zegt zonneklaar gaat over de belofte van de Heilige Geest en niet over de beloften die aan Abraham zijn gedaan. Niet de besnijdenis of de doop die daarvoor in de plaats zou zijn gekomen, maar de Heilige Geest is teken van het nieuwe verbond.

Stel dat het verbond met Abraham doorloopt en is overgegaan in het NT. Dan gelden de beloften dus ook nog: een beloofd land, koningen en de Messias voortbrengen. Tja . . .   In de brief aan de Hebreeën zegt God dat dit verbond verouderd is. Volkomen begrijpelijk en terecht, want de Messias is reeds gekomen. En het beloofde land is echt alleen voor Israël. Dit verbond is reeds tot zijn doel gekomen.

Hierbij een schema m.b.t.: Gods verbonden. In het schema zie je dat het nieuwe verbond in Christus, nooit een voortzetting van het oude verbond met Israël kan zijn. Belofte, eis en doel zijn volkomen verschillend. En ook het teken is totaal anders!

 

Dat God bij de kinderdoop het initiatief neemt en zegt: Jij bent mijn kind, klinkt wel mooi, maar:

  1. Dan moet je dus Joh.1:12-13 schrappen.
  2. Dat zegt Hij dan dus niet tegen alle kinderen die niet uit gelovige ouders zijn geboren. Terwijl het heil nu uitgaat naar alle volk en taal en natie.
  3. De eis van bekering, geloof en wedergeboorte blijft, ook voor hen die als baby zijn gedoopt. Eigenlijk is het belijdenis doen(1) veel meer gehoorzaam aan de instelling van God in de nieuwe bedeling, maar doe dat dan op de manier zoals God dat vraagt. Namelijk door onderdompeling te laten zien dat je met Christus sterft voor de zonde en door het geloof opstaat in een door Hem gegeven nieuw leven, Kol 2:12.
  4. Het initiatief ligt zeker bij God, maar niet bij de geboorte van een kind, maar door het geven van zijn Zoon, opdat een ieder die gelooft niet verloren gaat.

De discussie m.b.t. de vraag of kinderen of volwassenen gedoopt moeten worden, dient gevoerd te worden op basis van de betekenis van de doop. Niet of er wel of niet kinderen aanwezig waren, waar in het NT over de doop gesproken wordt. Hoewel ook die teksten duidelijk zeggen dat zij zich verheugden dat zij tot geloof gekomen waren. Dat gaat dus niet over baby’s. En waarom moeten er perse als er staat “zijn gehele huis” baby’s aanwezig zijn geweest? En al waren die er, dan nog zegt de uitdrukking ‘zijn gehele huis’ niet dat baby’s gedoopt werden. Maar los daarvan, ik zei al, dit is een vruchteloze discussie. Het moet gaan over de betekenis.

Betekenis van de doop

De betekenis van de doop in het NT is totaal anders dan de betekenis van de besnijdenis in het OT.

Het teken van de besnijdenis betekent dat je tot het volk behoort waar God een verbond mee heeft gesloten. Elk kind dat geboren wordt uit Israëlische ouders is Israëliër en behoort dus door geboorte tot dat volk. Dat is dan nu ook de betekenis van de doop als je gelooft dat deze daarvoor in de plaats is gekomen. Dat staat nergens in de Bijbel, maar je projecteert de betekenis van de besnijdenis op de doop, omdat je gelooft dat deze de besnijdenis heeft vervangen.

De betekenis van de doop in het NT is dat iemand die tot bekering is gekomen, zegt: Ja, ik antwoord op Gods uitgestoken hand dat Hij zijn Zoon heeft gegeven. Ik wil discipel zijn van Jezus. Hem volgen tot in het graf – dood zijn voor de zonde –  en met Hem opstaan in een nieuw leven, Rom.6. En hoe bizar, ook de bewijstekst voor de kinderdoop, Kol.2:12  is juist een bewijstekst voor de doop op basis van persoonlijk geloof! Want hoe staan wij op uit de doop in een nieuw leven?  Door het geloof, zo staat daar!

 

Tenslotte, zij die vasthouden aan de kinderdoop op basis van eeuwen kerkgeschiedenis moeten zich realiseren en verantwoorden over het feit dat de kinderdoop een van de vele zaken is die is ingevoerd op basis van de vreselijke vervangingstheologie. Die door de eeuwen heen gruwelijke gevolgen heeft gehad.

Als er vele en dikke boeken geschreven moeten worden  om iets uit te leggen, dan word ik heel wantrouwig. Maar het hoeft ook niet. De Bijbel is erg duidelijk, ook over de doop.


Toegift

De bottleneck tussen kinderdopers en dopers op grond van persoonlijk geloof zit hem dus in hoe je naar het verbond kijkt.

Maar daaruit voortvloeiend  ook de vraag: is er bij de de doop sprake van wedergeboorte of moet je daar dan een wedergeboorte veronderstellen.

De kwestie K.Schilder vs A.Kuyper/Noordmans. In mijn overtuiging hadden ze beiden gelijk.

Schilder: de belofte van God zijn ja en amen ook bij de doop. En Kuyper: een baby kan nog niet wedergeboren zijn. Later zal blijken of iemand echt wedergeboren is. Tot die tijd veronderstellen we een wedergeboorte.

De oplossing zit hem heel eenvoudig in de leeftijd. Schuif de doop op naar de leeftijd waarop iemand bewust nadenkt en een persoonlijke keuze maakt. Dan zijn beide standpunten volkomen verenigbaar.

Ook hier zie je weer de verwoestende werking van de vervangingstheologie. De kerk i.p.v. van Israël en dus de doop i.p.v. de besnijdenis. Ja, dan moet je baby’s dopen en loop je vast in het feit dat aan de doop onlosmakelijk wedergeboorte vastzit.


Noot:

(1) Het begrip “belijdenis doen” is niet precies ladingdekkend als we het vergelijken met: zich op basis van het persoonlijk geloof laten dopen. De betekenis is dat iemand uitspreekt: Ik wil discipel van Jezus zijn en Hem volgen. Daarom laat ik mij dopen om te laten zien dat Ik geloof in Hem afwassing en vergeving van mijn zonden te hebben en opsta in een nieuw leven.

Het begrip “belijdenis doen” is dan ook niet afgeleid van de doop, maar een verlegenheidsformule gebaseerd op 1 Timotheus 6:12. Alsof met die tekst het doen van belijdenis is ingesteld. Als je niet gelooft dat God heeft ingesteld dat je door je te laten dopen je leven overgeeft aan Jezus, dan moet je wat. Dan moet dat moment dus op een andere manier ingevuld worden.

Mooier zou zijn  geweest om te verwijzen naar de doop door Johannes, Mar.1:5, waar staat dat mensen zich lieten dopen onder belijdenis van hun zonden! Maar ja, dan gaat het dus om dopen . . . . .

1.1 Met of zonder God, thats the question


Het pad is: Home » kennismaken met de Bijbel

Proloog

Is alles ontstaan met of zonder God, thats the question. De etholoog en evolutiebioloog Richard  Dawkins en theoretisch natuurkundige en kosmoloog Lawrence Klauss putten zich uit om te bewijzen dat alles uit het niets en uit zichzelf is ontstaan.

Daarvoor zijn twee dingen noodzakelijk die binnen ons natuurkundig denkraam onmogelijk zijn:

  • er moet iets uit niets ontstaan;
  • een soort (species) moet zich uit een andere soort (species) ontwikkelen zonder door niet levensvatbare en onvruchtbare nakomelingen en overgangsvormen uit te sterven.

Daarnaast moet zich het onwaarschijnlijke geval voordoen dat al die tijd vanuit het niets – eerst en tegelijk – ook een omgeving ontstaat en zich ontwikkelt waarin dit ‘ontstaan’ en ‘ontwikkelen’ van materie en uiteindelijk leven, mogelijk is. Of zoals Albert Einstein het zei:

Met of zonder God, thats the question.
Toeval of inval

Er was niets en toen was er een perpetuum mobile en toen begon de perpetuum mobile te bewegen en toen bleef het bewegen en toen . . . .  Vanuit een kwantumfluctuatie in ‘het’ vacuüm, ontstaat materie. Klein detail . . . . , dat was dus niet uit het niets. Want als het zo gegaan zou zijn, dan was er dus energie.

Plausibel

Sleutelwoord is plausibel; hun verklaringsmodel(len) vinden zij het meest plausibel.

Waar Dawkins en Klauss zich het meest in uitputten is om daarmee maar aan te tonen dat het geloven in een Schepper-God de meest baarlijke onzin is.

De vraag is, wat was er eerst, hun afkeer van het idee dat er een Schepper-God is,  of het zich wetenschappelijk opdringende bewijs dat alles uit zichzelf is ontstaan en zij het idee van een God wel moesten laten varen.

Het eerste lijkt overtuigend het geval. Want stel dat zij onomstotelijk kunnen bewijzen dat hun verklaring van het bestaan de juiste is, dan nog zegt dat niets over het bestaan van een God. Maar dat verbinden zij aan elkaar: als alles evolutionair uit het niets zich heeft ontwikkeld, dan is er dus geen God(1).

Onwetenschappelijk

En dat is natuurlijk een totaal onwetenschappelijke aanname. Dat is naturalisme van de bovenste plank hetgeen zij zelf ook niet zullen en kunnen ontkennen. De aanname dat alles moet te zijn verklaren uit het kenbare met ontkenning van een bovennatuurlijke God(2).

Ik deel overigens hun afkeer van het onnadenkend maar van alles aannemen. Overlevering als zoete koek slikken en het weigeren na te denken over vragen waar de wetenschap ons mee confronteert. Evenzogoed als het beneden de menselijke waardigheid is ons denken te reduceren tot het dierlijk niveau van hersengebruik. Niet na te (willen) denken, serieus na te denken over de vragen waar de Bijbel ons voor stelt.
En dat onder het mom van: “Ik ben geen gelovige, dus ik neem niet serieus wat de Bijbel zegt”.  Of juist andersom met een beroep op geloof, “je moet het geloven”. Alsof bij eenvoudig geloven niet het nadenken hoort en een gelovige geen vragen mag stellen. Niet mag exploreren en exploiteren, niet ontdekken, niet fantasievol creatief mag zijn. Terwijl dat nu juist de grootste gift is die de mens van willekeurig welk ander creatuur onderscheidt.
Niemand is blanco

Nu zullen beiden, de a-theïst en de pro-theïst, wel hun vooringenomenheden hebben. Een totaal onbevangen, onbevooroordeeld en onvooringenomen lezen van teksten zal schier onmogelijk zijn. Maar doordat beiden daar last van hebben, zal een vergelijking van beider wereldbeelden wellicht weer voor de nodige balans zorgen. De een zal de ander maar al te graag op inconsequenties en onbewezen theses wijzen.

Dat geeft mij ook de vrijmoedigheid om op mijn manier te gaan onderzoeken. En mijn invalshoek is te gaan lezen wat al ruim 3500 jaar op papier staat. Daarvoor werd het 2500 jaar mondeling overgeleverd door memorisatie waar nu slechts afwijkend geniale mensen aan kunnen tippen. Het heeft de tand des tijds volledig doorstaan.

Los nog van het feit dat gelovigen geloven dat de Geest van God mensen deze woorden heeft ingegeven en daarmee Goddelijke openbaringen zijn. Laat die gedachte ook ergens op gestoeld zijn.

Mij ontworstelend aan (kerk-)historische interpretaties, zal ik trachten te lezen wat er staat. Goed luisterend naar onderzoekers die bloot leggen hoe de schrijver dat in zijn tijd en plaats heeft bedoeld. En tevens hoe zijn lezers het zullen hebben begrepen.

Intrinsieke controle

Nu is de Bijbel niet in één keer geschreven, maar door veel schrijvers over vele honderden jaren. Er is dus intrinsieke controle en vergelijking mogelijk. Of zoals gelovigen dat zeggen: laat de Schrift zichzelf uitleggen door Schrift met Schrift te vergelijken.

Dat dat overschrijven zeer nauwkeurig is gebeurd bewijzen de in de grotten nabij Qumran gevonden zogenaamde “Dode Zee-rollen”. Deze laten zien dat de tot dan toe bekende Bijbelse geschriften uit de 11e  eeuw na Christus, de zogenaamde Masoretentekst, bijna identiek zijn met de teksten van de boekrollen die zo’n 250 jaar voor Christus waren geschreven.

Mijn wandeling gaat dus niet langs vragen over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Daar zijn genoeg boeken over geschreven. Voor en tegen. Laten we het gewoon over de inhoud hebben.

Het is voor mij dan ook een enorm zwakte bod om de betrouwbaarheid van de tekst van de Bijbel aan te vallen, om daarmee de de onbetrouwbaarheid van de inhoud aan te tonen.

 


 

Naar de volgende pagina waar we ingaan op de ouderdom van de aarde.

 


Noten:

(1) De wiskundige en filosoof Emanuel Rutten laat op eenvoudige wijze zien, dat er een absoluut eerste oorzaak der dingen moet zijn.  Een bestaand, bewust en vrij wezen dat als uniek wezen met recht God genoemd kan worden.

Ook David Sorensen laat zien dat wanneer de wetenschap consequent haar eigen onderzoeksprincipes toepast om te onderzoeken of God bestaat, zij dan onomstotelijk tot de conclusie moet komen dat God als eerste begin van alle dingen moet bestaan. Zie zijn website: ontdek God.

(2) Als je in niets God wil zien, dan is Hij inderdaad niet kenbaar. De Bijbel zegt echter dat God te kennen is uit en door de schepping. Tevens dat Hij door de vleeswording van Zijn Zoon onder ons heeft gewoond. Twee zaken waardoor iedereen Hem kan ervaren. Dus hoezo, geen Godservaring?

De Bijbellezer

 

De Bijbellezer
De Bijbellezer

 

 

Mijn naam is Piet van der Vloed, alias de Bijbellezer.

 

 

 

Op deze website neem ik je mee  op een wandeling door mijn gedachten over onderwerpen en vragen die wat mij mij betreft onontkoombaar zijn als je nadenkt over ons bestaan.

Aanleiding

Vroeger op de lagere school vroeg ik mij altijd af waarom tijdens de Bijbelles werd gezegd dat de aarde ongeveer 6000 jaar geleden is geschapen. En in het volgende uur tijdens de les Aardrijkskunde werd uitgelegd dat er allerlei tijdperken waren en aardlagen die vele honderdduizenden jaren besloegen.

Als kinderlijk gelovige bijbellezer ging ik ervan uit dat wat in de Bijbel staat waar is. Maar als weldenkend mens accepteer ik ook wetenschappelijk bewezen zaken. Daardoor kwam ik tot de overtuiging dat Bijbel en wetenschap niet in tegenspraak met elkaar kunnen zijn.

Uitgangspunt

Als Bijbel en wetenschap schijnbaar in strijd zijn met elkaar, dan ligt dat blijkbaar aan mijn interpretatie, mijn bril en mijn overtuigingen of tekort aan inzicht.

Mijn principieel gekozen uitgangspunt is: mocht ik op  tegenstrijdigheden stuiten, dan zijn of wetenschappelijke bevindingen corrupt of ik lees de Bijbel niet goed.

Methode

Daarom had ik besloten oogkleppen op te zetten en mij niet langer te laten (af-)leiden door wat mensen allemaal wel niet hebben bedacht hoe een en ander opgevat dient te worden.
Ik ga lezen wat er oorspronkelijk op die eerste bladzijde van de Bijbel stond en neem het zoals het er staat, ook als dat in mijn ogen ongerijmd is.

 


Ben je een dummy?

Mocht je de Bijbel helemaal niet kennen,
 je wilt weten wat die Bijbel nou precies is, 
hoe hij in elkaar zit,
dan vind je dat uitgelegd op de pagina:

KORTE KENNISMAKING MET DE BIJBEL

Daarna volgt een overzicht van de indeling van de Bijbel en een overzicht van de Bijbelboeken van:
en

met daarbij zeer kort hun inhoud.


Hoe zijn we begonnen?

Onder het kopje “DE OORSPRONG” ga ik eerst in op wat het meest plausibel is: een universum met of zonder een Schepper. Ik probeer te onderbouwen waarom ik kies voor “met een Schepper”. Vervolgens ga ik het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek GENESIS lezen. Kijken hoe die Schepper dan alles gecreëerd heeft.

Waar zijn we naar op weg?

Onder het kopje “DE VOLEINDING” ga ik het Bijbelboek OPENBARING lezen. Niet vers voor vers, want dan verzuip ik. Maar kom wel tot een aantal sleutels die het begrijpen van dit boek voor mij eenvoudiger maken.

Wat gebeurde er ondertussen?

De wereld is onderweg van de oorsprong naar de voleinding. Onder de kop “ONDERWEG” wil ik “JEZUS ALS DE KOMENDE” in het Oude Testament en  het leven van “JEZUS OP AARDE” in het Nieuwe Testament beschrijven.

De gemeente

Dat met oogkleppen lezen, doe ik trouwens ook met allerlei kerkelijke preoccupaties met betrekking tot gemeente-zijn. Wat zegt de bijbel nou eigenlijk over de inrichting van een gemeente en over wat voor leiderschap spreekt de Bijbel. Dat doe ik onder het kopje De Gemeente.


Overdacht

Onder het kopje overdacht plaats ik overdenkingen, zoals het lijden, vergeving, echtscheiding in de Bijbel, de verbonden en de doop.

Ook word gekeken naar de toledot als Goddelijke impuls in ons leven. Het is een Hebreeuws woord dat cruciale momenten in de heilsgeschiedenis markeert.

Maar ook de rol en positie van de vrouw in de gemeente.

Verder worden nog een aantal Bijbelse figuren bekeken onder het kopje Bemoei je niet met het “hoe” van God.


Ik probeer . . . .

Ten slotte slijp ik mijn pen onder het kopje “Ik probeer . . .“. Persoonlijke gedichtjes zoals “Moedertje” over dementie, of “De schreeuw” over de pijn van het leven, e.d. Ook een enkel verhaal zoals “De nieuwe attractie van Jeruzalem” of “De prins” zijn daar te vinden.


 Berichten

Links in de kantlijn staat een link naar wat aforismen en gedichtjes.


 

Veel leesplezier !

En zet vooral uw aanmerkingen, bemerkingen, opmerkingen en vragen erbij!

 

PS. Oh ja, als u iets specifieks zoekt, tik het woord rechtsboven in bij het vergrootglas en alle pagina’s waar dit begrip op voorkomt, komen te voorschijn. Ook de tags kunnen daar bij helpen.