Klein geloof en twijfelen

Veel mensen denken aan klein geloof en twijfelen nog eens extra aan zichzelf  wanneer zij Jakobus lezen waar hij zegt in hoofdstuk 1:5-8:

“Als iemand in wijsheid tekort schiet, dan moet hij daarom aan God vragen die iedereen zonder verwijt eenvoudigweg geeft.

Maar dan moet hij wel in geloof vragen in niets twijfelende. Want wie twijfelt lijkt op een golf van de zee die door de wind bewogen wordt.

Zo iemand moet niet menen dat hij ook maar iets van God ontvangt. Innerlijk verdeeld en onbestendig als hij is in al zijn wegen.”

De redenatie is dan als volgt: ik zit in een moeilijke situatie. Ik heb God daar vaak voor gebeden. Maar alles blijft zoals het is. Dus . . . .  Ik zal wel niet met het goede geloof bidden.

De vraag is hier over wat voor soort twijfel we hier spreken. Is dat twijfel vanuit klein geloof dat de Here Jezus de discipelen verwijt? Is het het klein geloof van de vader van de maanzieke jongen die in geloof naar de discipelen gaat voor genezing en als zij hem niet kunnen genezen in zijn wanhoop  naar Jezus gaat en uitroept: Ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp, Marc.9:24?

Het Griekse woord dat hier voor ’twijfel’ wordt gebruikt is diakrino. Letterlijk vertaald: door/via – beoordelen. Het is het onderscheid maken tussen zaken of personen. Je zou kunnen zeggen discrimineren.

Het gaat hier in Jakobus dus niet om een gelovige die altijd zijn vertrouwen op God stelt, maar na een tijd van bidden het wel eens moeilijk vindt (twijfelt) of God wel antwoord geeft, omdat een situatie waar voor gebeden wordt, hetzelfde blijft.

Het gaat hier om een persoon die van meet af aan al de gedachte heeft: nou hier zal God wel niet gaan voorzien. God zal best weleens iemand antwoord geven, maar hier niet voor en mij niet. Hij gelooft eigenlijk dat God in het ene geval wel en in een ander geval geen wijsheid geeft. Jakobus zegt: Je bent innerlijk verdeeld of je in dit geval wel op God kunt vertrouwen.

En dan zegt Jakobus: Ja, als je zo over God denkt, dan moet je ook niet denken dat God je iets geeft. Je bent precies als een golf in de zee die door de wind van links naar naar rechts rolt. Dan weer zus dan weer zo. Je ziet God eigenlijk niet als betrouwbaar.

Een gelovige die zijn vast vertrouwen op God stelt en met open handen wacht op wat God erin legt in de zekerheid dat God almachtig is en in alles voorziet, die mag net als die vader het uitroepen: Here ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp. En net als toen aan die vader, zal God antwoord geven.

Plaats een reactie

Inhoudsopgave